G&E in de USA.
Deel 14: Conference week


Geschreven op 4 juni 2002

Conference week

Het leek wel of twee weken geleden heel Amerika op congres was. Allereerst had Gerard een congres in Boston, van de Society for Information Display, de SID. Zondagochtend vroeg (half zeven!) bracht ik hem weg naar San Jose International Airport, waar om 8 uur zijn vliegtuig naar Boston zou vertrekken. Gelukkig had hij een upgrade naar de business class gekregen, dus hij kon onderweg genieten van een ruime stoel, en luxe hapjes en drankjes. Vorig jaar was het SID congres in San Jose geweest, en Gerard had daar een paper gepresenteerd. Dit jaar kreeg hij de Poster Award voor zijn presentatie, dus ik was hartstikke trots. De prijs-uitreiking was woensdag tijdens de lunch, en de prijs bestond uit een ingelijste plaquette. Bijgaand de foto van de award.
Deze week was ook de week van de ASM conference, het congres van de American Society for Microbiology. Het is op het gebied van virussen en bacterien HET congres, en mensen van over de hele wereld komen hier op af. Er zijn in totaal 15.000 deelnemers, en vele vele parallelsessies. Ik had er graag heen gewild, maar dan had ik me al in november moeten aanmelden, en toen was ik nog niet begonnen met mijn baan. Maar bijna iedereen van ons lab ging wel naar de ASM, die dit jaar in Salt Lake City was. De week voor het congres was het op mijn werk een zenuwachtige toestand. Een aantal mensen hadden een poster presentatie, en waren druk in de weer om hun poster te maken. Experimenten moesten nog gedaan, figuren gemaakt, computers liepen vast, netwerken gingen down, en printers hielden halverwege ermee op. Stressen dus! Ik was blij dat ik geen poster hoefde te maken.
Een derde congres dat de afgelopen week plaats bleek te vinden, was de Digestive Disease Week. Dit congres wordt georganiseerd door vier Amerikaanse verenigingen op het gebied van ziekten aan maag, darmen, en lever, en endoscopie en operaties aan deze organen. Omdat ik aan de ziekte van Crohn ga werken, een darmziekte, leek dit een interessant alternatief voor de ASM.
Samen met mijn collega Paul Eckburg, die zich ook niet voor de ASM had aangemeld, ben ik dus naar de DDW conferentie gegaan. Het congres was in downtown San Francisco, op drie kwartier rijden van waar wij wonen. De eerste dag moest ik rijden, en ik zag er best tegenop om in "the City" te rijden. Maar wat was het geweldig om over de snelweg aan te komen rijden, en daar al die wolkenkrabbers te zien liggen. Ik was hartstikke trots toen ik daar tussen die hoge gebouwen reed. Helaas begon het opeens en onverwacht te stortregenen, en we kwamen tot overmaat van ramp in een gigantische verkeersopstopping terecht (om zondagochtend 9 uur!). Het bleek namelijk de dag van de Bay To Breakers Run, een maffe renwedstrijd van de ene kant van de stad (The Bay) naar de andere kant (The Breakers, de zee). Mensen rennen verkleed, of soms naakt, het maakt niet uit. De race bleek precies langs het congrescentrum te gaan, en veel straten bleken afgesloten. Ik had nog aan Paul gevraagd of we niet eerder weg moesten, maar hij dacht dat we het congrescentrum gewoon konden bereiken. Niet dus. In een zeer onverwachte, gigantische regenbui, hebben we ca. een half uur over een afstand van 2 stratenblokken gedaan. Door de opstopping misten we onze afspraak met een Canadese researcher, wat ik heel vervelend vond. Gelukkig hebben we hem een paar dagen later wel kunnen vinden.
Het DDW congres bleek ook zeer massaal, met 13.000 deelnemers. We kregen een dik boek met daarin alle voordrachten en posters. Er waren zeer veel parallelsessies, die plaats vonden in een stuk of 30 zalen in het Moscone Center (zie foto rechts), en in nog eens 20 zalen in het nabij gelegen Marriot Hotel. Per dag waren er ook nog eens 1000 - 1500 posters te bekijken. Het is onvoorstelbaar, hoe groot het congres was. Overal liepen mensen uit allerlei landen, je hoort allerlei talen, heel internationaal. Er waren ook een paar mensen van de VA (ons ziekenhuis) naar dit congres, maar het was allemaal zo massaal, dat ik ze niet ben tegengekomen.
Met behulp van het programmaboek konden we uitstippelen welke sessies voor ons interessant waren. We waren niet zo geinteresseerd in de nieuwste technieken op het gebied van endoscopie, of het verwijderen van een leverlob, maar wel in de sessies over Crohns Disease. Dit bleek de keuze gelukkig te beperken, en we togen naar een sessie over IBD: inflammatory bowel diseases. Het congres bleek erg klinisch, veel voordrachten over de behandeling van darmziektes. Voor ons niet helemaal interessant, maar ik heb toch veel geleerd.
Tussen de lezingen door bekeken we honderden posters, praatten we hier en daar met de presenters, en liepen door de exhibition hall, waar de commerciele bedrijven met hun grote stands stonden. Hier bleken ze ook gratis cappucino te hebben! (heerlijk)
Het congres duurde totaal vier dagen van zondag t/m woensdag. Elke dag dus op en neer naar San Francisco, parkeren, 's ochtends een lezingen sessie, posters bekijken tijdens de lunch, 's middags 1 of 2 middag sessies, en weer terug naar huis. Een druk programma dus! Ik was blij dat ik donderdag gewoon weer lekker proefjes kon doen....!

Zwemmen

Na onze verhuizing van het appartement in Santa Clara naar ons nieuwe huis in Sunnyvale, had ik niet veel meer gezwommen. Slechts 1 keer op precies te zijn, in het clubhuis hier vlakbij. We hebben hier vlak om de hoek de Fairbrae Tennis and Swim club. Dat klonk heel aantrekkelijk, tot ik hoorde dat het lidmaatschap 15.000 dollar kost (exclusief maandelijkse bijdrage). Slik. Dus dan maar niet. Ik was er 1 keer geweest, als introducee van onze overbuurvrouw, die er regelmatig zwemt, maar zij is nu een paar maanden in Canada, en ik begon het zwemmen wel te missen.
Gelukkig mag ik met mijn Stanford ID card gebruik maken van de sportsfaciliteiten op Stanford University. Vorige week zaterdag ging ik met mijn Braziliaanse collega Cleber zwemmen op het Avery Aquatic Center, een groot complex van vier zwembaden, waaronder twee 50-meter baden. Een van deze pools was in gebruik voor een waterpolowedstrijd, maar de andere was geheel gewijd voor baantjes trekken: "lap swimming". Er waren banen uitgezet, en borden geven aan welke baantjes voor de "slow" zijn (voor mij dus) en welke voor de "fast" swimmers. Het is heerlijk om hier baantjes te trekken. Geen 40 baantjes, maar "slechts" 20 baantjes (wel lang hoor, 50 meter...). De meeste mensen zwemmen hier borstcrawl, compleet met zwembrilletje en badmuts. Ik ben een buitenbeentje met mijn schoolslag, maar ik heb wel een stoer UV brilletje gekocht. Na afloop heerlijk bijgebruind op het grasveld. Je moet hier trouwens wel oppassen, de zon is erg fel!
Dezelfde avond heeft Cleber bij ons thuis gegeten. Hierbij nog een foto van ons op het terras bij ons achter. Hoewel het hier heerlijk weer is, overdag een graad of 25, koelt het 's avonds wel sterk af. Zodra de zon weg is, is het fris. Bovendien gaat de zon hier al om 20.00 uur onder (8 pm, zeggen ze hier), dus hier geen zwoele zomeravonden..... Dat mis ik hier wel! Na het voorgerecht zijn we dan ook binnen gaan zitten.

BBQ

Vorige week hadden we een barbeque bij 1 van mijn collega's. Ik was heel benieuwd, want hij beweerde dat hij in een "Eichler" woonde. Even ter herinnering: Ons huis is ook een "Eichler", ontworpen door de bouwer Joseph Eichler, die hier in de buurt hele woonwijken heeft ontworpen. Zijn huizen werden onder architectuur gebouwd, en hebben een heel karakteristiek ontwerp, met platte daken, grote glazen schuifpuien, en overhangende dakranden. Sinds we ons huis gekocht hebben, heb ik me helemaal suf gelezen over Eichler, en ik was heel benieuwd naar het huis van mijn collega.
Het viel tegen: het huis van mijn collega stond weliswaar in een wijk vol met Eichlers, maar zijn huis toch echt geen Eichler. Nu moet ik het hem nog voorzichtig vertellen, of zal ik hem maar in de waan laten?
De barbeque was overigens heel gezellig. Het was BYOM. Vertaling: "bring your own meat". Daar zijn Amerikanen toch meesters in: ze organiseren op het laatste moment een feestje, en iedereen brengt zijn eigen eten mee. De 1 had een pak kipdrumsticks mee, een ander wat worstjes, een derde een salade, en je hebt al een leuke barbeque. De gastheer/vrouw hoeft alleen voor drinken en glazen te zorgen, ideaal. Zelf had ik stukjes zalm, champignons en groene paprika op sateprikkers gedaan, zodat we niet alleen vlees hadden!
Na het eten hebben we een "cheesy" film gekeken: The Andromeda strain, naar het boek van Michael Crichton. In 1971, toen de film uitkwam, was het vast een superspannende thriller, maar anno 2002 deed de film nogal lachwekkend aan, vooral als je er met een stel microbiologische researchers naar kijkt!

Turtles

Eindelijk hebben we bij de Ikea drie kasten gekocht om mijn schildpaddenverzameling onder te brengen. Voor de Ikea-fielen: het gaat om de Bertby kasten, lange glazen vitrinekasten. Ik wilde ze graag aan de muur in de woonkamer hebben, maar dit bleek niet zo eenvoudig als ik dacht. Muren zijn hier niet van baksteen of beton, maar van spaanplaat op balken. Je kunt dus niet zomaar een gaatje boren. Met behulp van een "studfinder" kun je kijken waar de balken staan. Met een beetje kloppen op de muur hoor je het trouwens ook wel, maar de studfinder is verrassend nauwkeurig. De studs bleken op zeer onregelmatige afstand van elkaar te staan, dus zomaar de drie kasten aan de balken ophangen zou een vreemd resultaat opleveren. Uiteindelijk heeft Gerard ze aan een dwarsbalk op kunnen hangen. Op bijgaande foto het resultaat. Frodo wou ook graag op de foto!
Twee avonden heb ik doorgebracht om de padjes op te poetsen en in de kasten te plaatsen. Ik was helemaal gelukkig: eindelijk staat mijn verzameling op een mooie plaats in de woonkamer. Houten beeldjes bij houten, schelpen bij schelpen, plastic bij plastic, allemaal mooi gerubriceerd. Ik vind het heerlijk om al mijn padjes weer eens te zien. Ze hadden al zo lang op het logeerbed gelegen, en nu staan ze te pronken in een mooie nieuwe kast. Helaas waren de kasten al vol voordat de schildpadden op waren. Omdat ik met de kleintjes begonnen was, zit ik nu nog steeds met een bed vol met (grote) schildpadden, te groot om er nog tussen te proppen. Het zijn de grote exemplaren, de bloempotten en de asbakken. We zullen dus toch nog een kast erbij moeten kopen..... Waar laat ik het allemaal????

Gerard gaat het dak op

Vorige week had Gerard ineens een BLADBLAZER gekocht!!!! Ik durf het bijna niet te vertellen, want dit is toch wel het toppunt van Amerikaanse decadentie en stroomverspilling. Het maakt een enorme herrie ook nog. Maar het bleek toch ook wel een handig apparaat om de grote stapel bladeren van ons (vrij platte) dak af te waaien. Elke keer als er een briesje waaide, kwam er namelijk een regen van blaadjes van ons dak af. Een inspectie met de ladder leerde ons dat er een aanzienlijke hoop bladeren en andere troep op het dak lag. Gerard is dus het dak op gegaan, en heeft de bladblazer aangezet. Je wilt niet weten wat er allemaal over de rand waaide! Het terras zag er niet meer uit, maar we hopen nu van het probleem af te zijn.
Afgelopen zondag hebben we ook bomen gesnoeid. Dat wil zeggen, Gerard heeft gesnoeid en ik heb opgeruimd. Onze Nederlandse electrische kettingzaag werd door Gerard vakkundig aangesloten op onze Amerikaanse "krachtstroom". Normale Amerikaanse stroom is 110 Volt, maar de droger heeft een speciale power outlet, op 240 Volt, dus Europees vertrouwd. Gerard heeft een speciale verloopstekker gemaakt, en nu kan hij dus zijn gereedschap weer gebruiken. Met de kettingzaag ging Gerard als een dolle te keer. Ik ben altijd weer blij als hij met al zijn vingers er nog aan van de ladder afstapt. We hebben nu weer veel meer licht in de tuin, maar waar laten we de enorme stapel takken? Ik ben bang dat we de komende 27 weken nog groenbakken moeten vullen.

En verder....



See you next time!

Einde van Deel 14: Conference week.

Ga door naar Deel 15: Steeds Amerikaanser.