Wednesday, November 11, 2009

Hawaii - deel 2: hoge bergen, diepe wateren

Toen Gerard op zijn verjaardag wakker werd, wachtte hem een aantal plezierige verrassingen: Hij werd wakker in een mooie hotelkamer in Hawaii, hij had een weekje vakantie, op zijn kussen lag een verjaardagskaart, en de kamer was versierd met vlaggetjes. Op zijn nachtkastje lag het verjaardagscadeau dat hij al een paar dagen geleden van mij had gekregen, zodat hij het in het vliegtuig kon gebruiken: een Kindle. Dat is een soort iPod voor boeken.

Even later kwamen Harry en Ingrid kwamen binnen met ballonnen, cadeaus en gezang. "Lang zal hij leven!"




Daarna volgde een stevig ontbijt in het buffetrestaurant in het hotel. Roereieren, worstjes, aardappeltjes, pannenkoeken met kokosnoot-stroop, croissantjes, yoghurt, cruesli, en fruit.

We aten onze buikjes rond, want vandaag stond er een lange autotrip op het programma. We reden naar Mauna Kea, de hoogste berg ter wereld! Nou ja, gemeten van de voet van de berg diep in de zee dan. Vanaf zeeniveau steekt de berg nog steeds een respectabele 4200 meter (14000 voet) omhoog. Op onderstaande hoogtekaart van The Big Island is het de bovenste berg. De onderste berg (breder, maar minder hoog) is Mauna Loa.



Allebei de bergen zijn vulkanen, maar Mauna Kea is niet meer actief. Althans dat hoopten we dan maar, want we waren van plan om helemaal naar de top te gaan rijden.

Na een autorit van een ruim uur kwam de berg eindelijk in zicht. Het landschap hier was droog en winderig.





Nog een uur later arriveerden we bij het Mauna Kea visitor center, op 2800 meter hoogte. Daar werd ons aanbevolen om een uurtje te acclimatiseren voordat we doorreden naar de top. We hadden besloten om met de rangers in kolonne naar boven te rijden, want de weg vanaf het visitor center was steil en onverhard, en omdat de top zo hoog is, worden veel mensen ziek. De Summit Tour zou om 13:00 uur vertrekken, maar we werden nog een extra uur vermaakt met videos en waarschuwingen. We mochten niet dronken, jonger dan 18 of zwanger zijn, niet gedoken hebben in de afgelopen 24 uur, we moesten onze benzinetank ontluchten, en alleen auto's met all wheel drive of four wheel drive mochten omhoog.

Eindelijk vertokken we dan met een stuk of 20 auto's. Lekker stoer in kolonne, jeepjes voor ons, jeepjes achter ons, en een auto met een ranger voorop en nog een ranger als hekkensluiter. Adventure! De weg was stoffig en steil, vol met "wasboord" ribbels. Maar we kwamen steeds hoger, boven de wolken uit. Het landschap was helemaal kaal, en door het rode stof leek het alsof we op Mars waren.




Bovenop de top staan een stuk of 12 telescopen. Elk observatorium wordt beheerd door een ander land of groep van landen, en elke telescoop is weer uniek.




Met de rangers mochten we een kijkje nemen in het W.M. Keck Observatory. Het is een van de allergrootste optische telescopen ter wereld, en Gerard had er al veel over gehoord in de optische literatuur en tijdens conferenties. Eigenlijk zijn het er twee, twin telescopes, die net zoals een verrekijker met twee lenzen 1 beeld kunnen opleveren.





Voordat we naar binnen mochten, informeerden de rangers beleefd of iedereen OK was. De zuurstoftank en de EHBO doos stonden klaar. We waren allemaal een beetje licht in het hoofd door de hoogte maar verder ging het goed.



Binnenin mochten we een blik werpen op de gigantische constructie, die zelfs speciaal voor ons gedraaid werd, zodat we een stukje van de spiegel konden zien.




Daarna reden we met onze stoet naar een andere plek vanwaar we de zon onder konden zien gaan. Het was flink koud, maar gelukkig waren we vanaf meerdere kanten gewaarschuwd, en zat onze auto vol met warme jassen en dekens.



Het zou nog even duren voordat de zon onderging, en om de tijd te doden besloten Gerard en ik dat we nog naar de echte top van de berg zouden lopen. Dat was maar een klein kippeneindje, maar vanwege de hoogte was het toch een flinke inspanning.



Nog harder hijgend dan de twee vijftigplussers die ons tijdens de beklimming hadden ingehaald (ach ja, we zijn op zeeniveau geboren!) bereikten we de Echte Top. Er stond een Hawaiiaans altaar, een passende plek om aan de hogere machten te denken. Het uitzicht was bizar, een kaal landschap met rode vulkaankegels, en beneden ons de wolken met daaronder de bewoonde wereld van strand en palmbomen.




Nog wat We Were Here foto's en we klommen naar beneden.





Het was bijna tijd voor de zonsondergang. Het was op de parkeerplaats al aardig druk aan het worden met gekke toeristen.






Met zijn vieren genoten we van de ondergaande zon, de telescopen en het gevoel om op het topje van de wereld te zitten.





De volgende dag stond in het teken van snorkelen. Na onze lange trip van de vorige dag deden we het rustig aan. Een beetje luieren op het strand en snorkelen. Het water was erg helder, en je zag allerlei prachtige vissen langszwemmen. We hadden wegwerp-onderwater-camera's gekocht, en hoewel de foto's een beetje blauw zijn geven ze wel een beetje een beeld hoe het was.





Zo zwevend onder water raak je helemaal betoverd door de prachtige vissen en koralen. Maar wat zag ik daar? Jawel, een schildpad! Geweldig, een green turtle, helemaal voor mezelf. Hij of zij leek zich niets van de toeschouwer aan te trekken, en zwom gewoon rustig rond. Elies was even 5 minuten in turtle heaven.




Weer terug bij het strandje bleken er nog meer schildpadden te zitten. Er "graasde" er een paar aan de rotsen, gewoon tussen de snorkelende mensen in. Je zou ze bijna willen aanraken en knuffelen, maar overal stonden borden dat dat niet de bedoeling was.





's Middags gingen we naar het dorpje voor een vroeg diner aan de boulevard. Lekker vis eten in een restaurantje zonder ramen. Heb je hier op Hawaii helemaal niet nodig.



Die avond gingen we nog iets bijzonders meemaken: een nacht-snorkeltocht met Manta Rays. Dat zijn grote roggen, reuzenmanta's, die er vervaarlijk uitzien met een grote stekelstaart en open monden. Bovendien zijn ze tot 7 meter breed! Gelukkig eten ze alleen maar plankton.

We hadden een boottocht geboekt bij de Big Island Divers. In het jachthaventje keken we hoe hun boot vanaf de ramp te water werd gelaten. Gerard bleef aan de vaste wal, maar Harry, Ingrid en ik kozen het ruime sop!





Volgens duikkapitein Josh was hun boot de snelste van het eiland, en hoewel hij wel meer sterke verhalen had, leek dat toch wel waar. We zoefden langs de kust op weg naar de geheime Manta Ray plek, terwijl het snel donker werd.




Op de plek van bestemming aangekomen bleken we niet de enige groep te zijn. Er lagen al meerdere boten, die allemaal aan elkaar geknoopt werden. We kregen allemaal nog de laatste instructies, en toen was het helemaal donker.



We trokken allemaal een wetsuit aan, deden onze snorkel maskers op, en de flippers aan. Ik kreeg een onderwater lamp en was als een van de eersten in het water. Al gelijk zag ik een witte schaduw op mijn lamp afkomen: een manta ray!

Wat een prachtig gezicht, dat gigantische beest zo vlak bij je. Nee, ze waren niet gevaarlijk maar het is toch indrukwekkend als je zo'n grote vis op je af ziet komen. Hun lichaam lijkt helemaal hol, en de mond komt als een grote brievenbus op je af gezwommen. Maar dan op het laatste moment draait het dier om, en zwemt hij weg. Hij komt gewoon op het lichtschijnsel van de lamp af, in de hoop op een lekker hapje plankton.

Helaas zijn alle onderwater-foto's mislukt (te donker?), maar hier zijn wat foto's die ik op internet heb gevonden:





En als je echt een idee wilt krijgen hoe het eruit ziet, dan kun je op de website van Big Island Divers een paar filmpjes bekijken. Scroll helemaal naar beneden en daar staan ze. Zo zag het er echt uit. Geweldig.

1 comment:

caatje said...

je bent echt een levensgenieter, wat een leven! ik geniet vanuit groningen met je mee... indrukwekkend dat altaar en uitzicht, a once is a life time experience! groetjes, Caroline