Monday, December 11, 2006

Tussen Sinterklaas en Kerst

Het is winter geworden hier in California. Nou ja, echt winter is het natuurlijk niet. Maar het heeft alweer flink geregend (en hard hoor!), de blaadjes vallen van de bomen, de regenputten in de weg zitten weer verstopt en het heeft zelfs 1 graadje onder nul gevroren. Mijn achterruit had een dun laagje ijs, maar de ruitenwisser had het er direct af, dus echt dik was het niet.

Intussen hebben we alweer een Thanksgiving achter de rug. De 6e sinds we hier wonen! Wat gaat het toch snel. Dit jaar vierden we het weer bij ons thuis, met als gasten mijn broer Arjan+vrouw Renu, en vrienden Ramona+Horea, met kinderen Alexander en baby Christian, en de moeder van Ramona.

Ik had lekker de hele dag gekokkereld. Vooraf een avocado/druiven/kaas salade, gevolgd door pompoensoep. Als hoofdgerechten kalkoenrollade, gebakken tofu, boontjes, cranberry-portsaus, gevulde portobello-paddestoelen, gevulde courgette. Arjan en Renu hadden mashed potatoes en spinazie-risotto meegenomen en Ramona's moeder had een heerlijke yoghurt/roomtaart met vruchten gemaakt.






En vorige week was het alweer Sinterklaas. Net als voorgaande jaren bracht de goedheiligman ook een bezoek aan de Bay Area, en ook nu weer verleende ondergetekende haar medewerking. Twee leden van de Tol Toneelclub (Saskia en ik), versterkt door Gon en Bob, trokken de stoute Pietenschoenen aan. Annette Tol had weer een leuk verhaaltje bedacht: de WegwijsPiet was Sinterklaas kwijtgeraakt. Hij kwam wel bij het goede zaaltje aan, maar Sinterklaas zat nog in San Pietcesco, een hotdog te eten. Wat nu? Konden de kinderen misschien morgen terugkomen? Gelukkig kwam alles nog op zijn pootjes terecht, en konden alle 60 kinderen een persoonlijk moment bij de goedheiligman (Sint Jan) doorbrengen, en een cadeautje mee naar huis nemen.

Op onderstaande foto's vind ik de WegwijsPiet (met pijl, in het roze/blauwe pak) wel heel erg op mij lijken.... En het schattige meisje is mijn nichtje Karina!






Nadat Sinterklaas weer naar Nederland (of was het Spanje?) vertrokken was, konden we weer aan de kerst beginnen. De eerste huizen zijn hier alweer versierd, heel Amerikaans. Het varieert van een eenvoudig rijtje witte lampjes rondom de contour van het huis (zoals wij hebben gedaan), tot allerlei kleurtjes, bewegende hertjes, kerstmannen op het dak, versierde lantarenpalen, en luide muziek in de voortuin. Er zijn een paar zeer extreme huizen hier in de buurt, waar alles op kerstverlichting gebied vertegenwoordigd is. Als die huizen de verlichting aandoen, gaan in heel Sunnyvale de lampen wat zachter branden, zo "over the top" is het allemaal. Maar wel leuk.

We kijken uit naar het bezoek van Harry en Ingrid! Ze komen overmorgen (woensdag) hier in San Francisco aan. We gaan met hen een "road trip" maken naar Palm Springs, San Diego, Tuscon en de Grand Canyon. Ik heb er zin in!

Als ik er niet aan toekom om kerstkaarten te schrijven, dan hierbij onze allerbeste wensen voor de kerstdagen en het nieuwe jaar!

Tuesday, November 14, 2006

Parametalmol

Vorige week stond er op CNN een bericht over een “recall” actie van Perrigo, een farmaceutisch bedrijf. In acetaminophen-pilletjes waren metaalsplinters aangetroffen. De metaaldeeltjes zijn niet giftig, maar ze kunnen wel je mond of darmen beschadigen, dus de fabrikant had besloten om alle pillen van de plank af te halen. Acetaminophen is de Amerikaanse naam voor Paracetamol (pijnstiller).

Eerst nam ik het bericht voor kennisgeving aan, omdat de fabrikant mij niet bekend voorkwam, maar toen las ik dat Perrigo veel huismerken voor supermarkten en drogisterijen maakt. Ik dook toch even mijn medicijnkastje in, waar ik een potje Acetaminophen van de Safeway bleek te hebben. Gauw het batch-nummer gecontroleerd - het zou toch niet?

Maar jawel hoor! ik had een metaalsplinter-potje. Aarrrrrchhh..... Ik had het potje al half opgevroten, dus ik voelde me opeens niet zo lekker meer. Gelukkig las ik dat de fabrikant 70 miljoen pillen door de metaaldetector hadden gehaald en dat er "maar" 200 pillen metaalsplinters hadden. Maar hoeveel metaal moet er wel niet een in pilletje zitten om de detector te laten afgaan? Ik heb mijn potje dus maar snel ingewisseld bij de Safeway. Nu maar hopen dat ik niet ga roesten.

Sunday, November 05, 2006

Halloween 2006

Alweer een Halloween achter de rug! Nummer 5 alweer, want we kwamen 5 jaar geleden, een paar dagen voor Halloween, aan in de VS.

We zijn dan ook inmiddels ervaren Halloween vierders. We hadden ons huis weer gedecoreerd met spinnenweb en spinnen (ik durfde weer nauwelijks naar binnen!), ik weet precies welke pompoenen je moet kopen en hoe je ze moet snijden, en we hadden een flinke zak snoep in huis.

Dit jaar had ik eerst een Pumpkin carving party bij mijn oud-collega Cleber in San Jose, het weekend voor Halloween. Ik had me aangekleed als heks, hetzelfde kostuum dat ik al vele malen aan heb gehad. Dit keer had ik mijn gezicht wit gemaakt, en mijn ogen en lippen goed zwart, en ik had ook een zwarte pruik op. De outfit was overtuigend genoeg, want toen het anderhalf jaar oude zoontje van Cleber me zag, zette hij het op een schreeuwen en hield de hele avond niet op. Mission Accomplished.

Cleber’s parties hebben altijd veel leuke en gekke mensen te gast, en vanavond was geen uitzondering. Er waren vier Braziliaanse heren verkleed als “Sex in The City” dames. En ondanks de harige benen en baarden zag het er zeer overtuigend uit. Ze konden zelfs een dansje maken op hun naaldhakjes. Er waren ook wat andere oud-VA collega’s, en ik heb gezellig bij kunnen kletsen. Op de onderstaande foto's ben ik dus de heks (met de oranje beker).






Op Halloween zelf besloot ik verkleed naar mijn werk te gaan. Ik had me opgemaakt als Goth Girl, dus bleek gezicht, zwarte lippen, donkere oogschaduw, en de zwarte piekhaar-pruik. Ik had zwarte kleren aan, riem met metalen noppen om mijn heupen en zwarte laarzen. Ik was bijna bang voor mezelf.

Toen ik op mijn werk kwam, bleek ik de enige van de hele verdieping die verkleed was. Ik was blij dat ik niet als heks was gegaan, want de heksenmuts en lange jurk zouden toch niet erg praktisch geweest zijn bij het laden van een gelletje, of het pipetteren van je PCR. Het was al moeilijk genoeg om mijn lange zwarte pruik niet in de gelbak te laten hangen!

’s Avonds hadden we een paar vrienden op bezoek, Nederlanders Gon en Bob, en Saskia en Claudia, en mijn Duitse collega Tina. Ze hadden allemaal gemeen dat ze recent hier zijn komen wonen, en dat ze op een appartement wonen. We wilden ze graag laten zien hoe Halloween gevierd wordt, en we krijgen altijd veel kinderen aan de deur.

We kregen er inderdaad heel wat, een stuk of 50 in totaal. Meestal komen ze in groepen. Altijd erg vertederend, vooral die kleintjes in hun lieve beren- en leeuwenkostuumpjes. Maar toen ze ineens 7 enthousiaste volwassenen op zich af zagen komen, renden ze hard weg!

Tussen de Trick or Treaters in hebben we gegeten (pompoensoep, pompoenbrood, zalm, salade, appeltaart) en pompoenen gesneden. Het resultaat mag er zijn! Van links naar rechts: het Wasbeertje, door Saskia en Claudia; Frightened Face door Gon en Bob, Halloween Hat door Tina, en Scary Spider, door Elies.







Hier is nog een link naar de pagina van Saskia en Claudia, over deze avond. Ze hebben ook een heel schattige foto's van een paar kindjes.

Sunday, October 22, 2006

Bridge School Benefit Concert

Alweer naar een concert geweest, al was het iets geheel anders dan Queensryche. Ditmaal ging het om het Bridge School Benefit Concert, een akoestisch festival in de open lucht in Shoreline, Mountain View.

De Bridge School is een school voor gehandicapte kinderen, opgericht door Neil Young (van Crosby, Stills, and Young). Neil en zijn vrouw Peggy wonen hier in de Bay Area, en toen zij 20 jaar geleden een gehandicapte zoon kregen, hebben ze een school voor gehandicapte kinderen opgericht, de Bridge School. Elk jaar organiseert Neil een akoestisch concert waarvan de opbrengst naar de school gaat. Het bijzondere van dit festival is dat rockbands and folkbands "unplugged" samen optreden, en dit jaar was het de 20ste keer.

Het concert vond plaats in het Shoreline Amphitheater, een concerthal in de open lucht, met twee ringen met stoelen, en een oplopend grasveld waar je kunt zitten of staan. Er kunnen in totaal 25.000 mensen in. Ik was er al een paar keer geweest, naar het concert van Green Day, Oasis, en het Download Festival vorig jaar.

Ik was met een aantal mensen van mijn werk en toneelclub, een groep van totaal ca. 15 mensen. Gerard ging niet mee, maar hij heeft mij en Lideke heel lief vlak voor de deur afgezet. Iedereen kwam op verschillende tijden aan, maar gelukkig hadden de eerste mensen van de groep al een paar dekens op het gras uitgespreid. Via de mobiele telefoon konden we elkaar vinden op de gigantische lawn, waar het al aardig zwart begon te zien van de mensen. Links van ons ging de wietpijp gezellig rond, en ik werd helemaal high van de dampen. Mmm, gratis meegenieten! Het leuke van lawn seating is dat het 1 grote picnic is. Iedereen neemt wat te eten mee, en omdat we met een grote groep waren, was er genoeg te snacken. We hadden aardbeien, druiven, nootjes, toostjes, hummus, chips, en koekjes.

Foto's van mijn collega Tina Loesekann:




Maar het ging natuurlijk om de muziek! Neil Young opende, gevolgd door een aantal folk zangers wiens namen me niets zeiden, en wiens muziek ik een beetje saai vond. Er dansten wat Indianen op het podium, en op de achtergrond zaten de kinderen van de Bridge School in hun rolstoelen. Ze zouden er de hele avond blijven zitten! We vonden dat eerst een beetje zielig, maar met de verrekijker zagen we dat ze allemaal een begeleider hadden, en regelmatig het podium werden af- en opgereden. Bovendien genoten ze allemaal erg.



Na een korte pauze werd het tijd voor meer actuele muziek met Death Cab for Cutie, die een leuke show gaven. Ze zongen hun grote hit "When Soul Meets Body", maar niet hun huidige "I will follow you into the dark", waarschijnlijk omdat het onderwerp te zwaar was. Daarna kwam Trent Reznor, de zanger van Nine Inch Nails. Ik had me erg op zijn optreden verheugd, maar het kwam niet helemaal goed uit de verf. De muziek van NIN is zeer electronisch, en Trent was het duidelijk niet helemaal gewend om unplugged te zingen. Hij had een ensemble met cello's en violen ingehuurd, maar zijn stem kwam niet echt boven de instrumenten uit. Toch kreeg ik kippenvel bij "Right where it belongs" en "Hurt".



De Foo Fighters waren volgens mij de beste set van de avond. Ondanks de akoestische beperkingen zongen ze dat de spetters ervanaf vlogen! Hun song "Hero" was voor mij het hoogtepunt van de avond. Brian Wilson, van de Beach Boys, kwam daarna. Hij kwam wat langzaam op gang, keek nogal wazig uit de ogen, en had natuurlijk heel andere muziek dan de vorige band, maar uiteindelijk kreeg hij wel heel wat mensen aan het dansen op "Good Vibrations".

Pearl Jam was de volgende band. Zij doen al heel wat jaartjes mee aan dit festival. Ze zongen helaas niet de meer up tempo liedjes, dus weinig dansen, maar ze klonken goed en professioneel.



Tenslotte kwam de Dave Matthews band. Hoewel ik Dave Matthews een hele mooie stem vind hebben, kon het optreden van gisteravond me niet boeien. Te lange nummers, met veel "jamming", die niet echt op gang kwamen. Ik ben dan ook halverwege hun optreden (het was toen al kwart over 11) naar buiten gegaan. Was ik lekker de drukte voor!

Nu ik het toch over Dave Matthews heb, hier is een geweldige leuke video clip van zijn hit "Work It Out" met Jurassic Five. Het gaat over hoe weinig benul president Bush van zijn omgeving heeft......

En o ja, sommige foto's in deze blog heb ik (zoals wel vaker) weer flink bij elkaar gejat, o.a. van Flickr.

Tenslotte is hier een link naar een Bridge School Benefit recentie uit de San Jose Mercury News.

Saturday, October 14, 2006

Queenrÿche

De afgelopen weken hadden we bezoek uit Nederland. Guido en Ilse en hun bijna twee-jarig dochtertje Annika waren hier. Zij hebben jaren in Sunnyvale gewoond, en zijn vorig jaar terug naar Nederland verhuisd. Maar nu waren ze weer even hier voor bezoek aan oude vrienden, collegas, en werk.

Guido had een kaartje gekocht voor een concert van Queenrÿche, een symfonische (hard)rock-band uit de jaren 80 en 90. Je spreekt het uit als "Kwiensraik". Ik moet bekennen dat ik er nog nooit van had gehoord. Maar het leek me wel leuk om weer eens naar een concert te gaan, dus ik had ook een kaartje gekocht.

En zo reden Guido en ik afgelopen woensdag naar The Warfield in San Francisco. Dit is een oud theater uit 1922, met rood pluche, gouden randen, kroonluchters en een plafondschildering. Tegenwoordig wordt het veel voor popconcerten gebruikt. Er kunnen zo'n 2000 mensen in.



Het publiek was een interesting crowd: veel zwart, veel leer, en vooral veel oud. De meeste fans waren de 40 duidelijk al gepasseerd. De buiken waren wat dikker, het haar wat korter, maar ze voelden zich nog allemaal hardrocker-van-24-jaar-oud. Het is altijd erg leuk om mensen te kijken, en er viel erg veel te zien! Hoogtepunt was een klein dun mannetje met een leren rokje aan, zwarte laarzen met 8 cm dikke zolen, en lange rode dreadlocks tot op zijn billen.....

De band begon stipt om 8 uur te spelen. Ze speelden min of meer alle nummers van hun best verkochte CD Operation Mindcrime en de opvolger met de niet erg originele titel Operation Mindcrime II. De nummers van de eerste CD vormen een soort rockopera, over junkie Nikki, die van Dr. X de opdracht krijgt om non Mary te vermoorden. De tweede CD is een soort vervolg daarop, maar voegt er eigenlijk niet zoveel aan toe. Ik vond de nummers voor de pauze (van de eerste CD) leuker dan erna, maar de fans vonden het allemaal prachtig.




De lead singer Geoff Tate houdt duidelijk van theater. Het podium was voorzien van een decor, en de zanger liep als een musical artiest op en neer, de trap op en af, met zijn armen wijd, en allerlei gebaren makend. Hij zingt meestal erg hoog met veel vibrato. Niet helemaal mijn stijl maar leuk om te zien.



De band had ook nog een zangeres, Pamela Moore, uit de kast gehaald. Zij speelde de non Mary. Hoewel ze maar op enkele nummers meezong en bovendien halverwege "vermoord" werd, was ze bijna continu aanwezig. Ze was duidelijk niet vies van een beetje aandacht, met haar grote blonde pruik, laag uitgesneden creaties, en dramatische poses. Bovendien zong ze erg vals. Of was ik de enige die dat vond? Het publiek vond het allemaal nog steeds prachtig.

Tijdens popconcerten hier in San Francisco wordt er ook altijd veel hasj gerookt. Overal hangen bordjes dat je niet mag roken, en iedereen lijkt zich daar ook netjes aan te houden. Maar zodra de lichten uitgaan zie je de eerste pufjes rook al opstijgen, en ruik je die bekende lucht. Als Nederlander voel je je dus gelijk thuis in San Francisco!

Tuesday, October 10, 2006

Honk For Peace

Elke eerste vrijdagavond van de maand staan ze er: de demonstranten. Ze staan op de hoek bij de Walgreens (Amerikaanse Etos) vlakbij ons huis, een stuk of 15 mensen. Ze houden borden vast met: Nurses for Peace, Bring Back Our Troups, No More War, en Honk for Peace.



Want zo doe je dat hier in de VS. Als je het met de demonstranten eens bent, dan toeter je een paar keer als je ze voorbij rijdt. De demonstranten zwaaien dan en bewegen hun borden op en neer. Het valt me op dat bijna niemand toetert, al heb ik het idee dat het de laatste maanden wat meer wordt. Ik "honk" altijd enthousiast, dus aan mij zal het niet liggen. Heb ik in ieder geval mijn steentje aan de wereldvrede bijgedragen!

Twinkies

Ondanks het feit dat we hier al bijna vijf jaar wonen (!), en inmiddels redelijk Engels kunnen spreken, zijn er toch regelmatig momenten dat ik geen idee heb waar mijn Amerikaanse collega's het over hebben. Er zijn zoveel dingen waar we niet mee opgegroeid zijn, maar die voor Amerikanen heel gewoon zijn. Zo heb ik nog nooit een aflevering gezien van The Brady Bunch, ben ik nog nooit naar een Monsters of Rock concert geweest, en had ik nog nooit een Twinkie geproefd. Maar in dat laatste is inmiddels verandering gekomen.


Elke Amerikaan weet wat een Twinkie is en ik dus nu ook! Een Twinkie is een klein cake-je, met een zeer zoete witte cremevulling van het type dat je vullingen doet scheuren. Je hebt het in twee happen weg, en er zitten veel te veel calorien in, maar het is onderdeel van de Amerikaanse cultuur, dus je moet het gewoon geproefd hebben.


Twinkies zijn individueel verpakt dus ze blijven lang goed. Er is zelfs een "urban legend" dat Twinkies decennia lang houdbaar zijn, en dat ze allemaal in de jaren 50 gemaakt zijn, en nog steeds verkocht worden. Maar volgens de firma Hostess, die de Twinkies maakt, is dat uiteraard een fabeltje.

Hostess maakt overigens nog meer heerlijkheden. Alle Hostess cake-jes zijn gebaseerd op het basismodel de Twinkie, en smaken min of meer hetzelfde, maar bij nadere inspectie zijn er toch kleine verschillen.

DingDongs - Twinkie van chocolade-cake met creme-vulling en chocolade-glazuur:



HoHo's - Twinkie van opgerolde chocolade-cake met spiraalvormige creme-vulling en chocolade-glazuur:



CupCakes - Twinkie van chocolade-cake met chocolade-vulling en chocolade-glazuur:



Suzy Q's - gehalveerde Twinkie van chocolade-cake met creme-vulling:



En dan zijn er nog de Zingers - Twinkies van gele cake met creme-vulling en gele glazuurlaag, of chocolade-cake met creme-vulling en chocolade-glazuur, of met raspberry-vulling en gekleurde sprinkels-glazuur - ARRRCHHH, ik zie de verschillen niet meer....:

De namen van al deze smulrolletjes zijn bijzonder lachwekkend, vooral toen mijn Amerikaanse collega's het over DingDongs en HoHo's hebben, en ik nog geen idee had waar het in 's hemelsnaam over ging.....! Maar goed, ik weet nu waar het over gaat.

Ik was al gewaarschuwd door mijn broer en collega's dat Twinkies bijzonder vies zijn, en dat alleen kinderen ze lekker vinden. Maar ik moet bekennen dat mijn eerste Twinkie-ervaring geen slechte was. OK, hij was erg zoet, en ik hoefde er niet nog een, maar hij deed zijn werk: het vulde de maag.

Sunday, October 08, 2006

Fleet Week

Gisteren ben ik naar de Fleet Week in San Francisco geweest. Ons lab was uitgenodigd door Emily, die anderhalf jaar op ons lab heeft gewerkt, en net begonnen is aan haar AIO opleiding aan UCSF. Samen met haar vriend Ryan en hond Bentley is de afgelopen maand naar San Francisco verhuisd, waar ze een "loft" gekocht hebben. Ze gaf 's avonds een housewarming party, maar ze vond het leuk om overdag eerst iets in San Francisco te gaan doen.

Het was Fleet Week in San Francisco, een jaarlijks terugkerend evenement van de US Navy. Zaterdag was de meest spectaculaire dag, en het weer was prachtig, 25 graden met een strakblauwe lucht. We gingen met een kleine groep met de bus naar de Waterfront, waar het al zwart zag van de mensen. We vonden 80 dollar voor een betaalde zitplaats toch iets te prijzig, dus we moesten het met een staanplaats doen. Helaas was er niet veel te zien vanaf de gratis plaatsen, omdat de tenten met "VIP seats" voor onze neus stonden.

Eerst was er de Red Bull Air Race. In het water van de Bay stonden grote 20-meter hoge witte pylonen, waar de piloten tussendoor moesten vliegen. De pylonen staan 10 tot 14 meter uit elkaar, en de vliegtuigjes vliegen ca. 300 km per uur, dus het is bijzonder ingewikkeld om daar precies tussendoor te vliegen. Het leek een beetje op hindernisspringen voor paarden, want de vliegtuigen moesten volgens een bepaalde route vliegen, in de snelste tijd. Tussen de pilonen met een blauwe streep moesten ze rechtdoor vliegen (vleugels horizontaal), en tussen de rode strepen juist op zijn kant (vleugels verticaal). De piloten vliegen in kleine, 1-persoons vliegtuigjes, die erg wendbaar zijn. Het was geweldig leuk om naar te kijken. Helaas vlogen de vliegtuigen erg laag, en stonden de VIP tenten voor onze neus, dus we zagen niet zoveel. Gelukkig was er een groot scherm, waar we alles goed op konden volgen. De meeste vliegtuigjes hadden camera's op de vleugels, en er hingen twee helicopters in de lucht, dus we kregen beelden te zien vanuit alle mogelijke hoeken. En af en toe zagen we de vliegtuigen in het echt, als ze spiralend omhoog vlogen of recht naar beneden, onderdeel van het parcours. Hier is een amateurvideo van 1 van de vluchten. En ik heb van het internet ook wat foto's gestolen, die een goed beeld geven. Op de tweede foto kun je ons misschien wel zien staan. We staan bij de Ryder Truck links in beeld, onder de tweede (blauwe) nep-pylon op het vasteland.






Daarna begon de Navy Airshow. Eerst kwamen er wat militaire vrachtvliegtuigen, terwijl er sentimentele Amerikaanse muziek werd gespeeld. "Give it all for the boys and girls of our Navy." Niet echt mijn smaak....

Daarna kwam er gelukkig weer een leuke show van Sean Tucker van Team Oracle die in een rood vliegtuigje met dubbele set vleugels allerlei acrobatische toeren uithaalde. Hier weer een link naar een stukkie video.




Maar het allergaafst waren toch wel de Blue Angels, zes straaljagers van de Amerikaanse marine, die met hels kabaal over de stad vlogen. Eerst vliegen ze heel erg dicht bij elkaar, dan opeens splitsen ze op. Terwijl je probeert je te concentreren op 1 klein stipje in de lucht, vliegt er dan opeens een andere onverwacht over je heen. Echt supergaaf. Op het web vond ik deze amateurvideo van een San Francisco show in 2003, maar die was vergelijkbaar met die van gisteren. En ook de volgende foto's zijn niet van mij, maar veel beter dan ik ze ooit had kunnen maken.



Award

Twee weken geleden kregen we groot nieuws: David Relman, onze groepsleider (links op onderstaande foto), heeft 1 van de NIH Pioneer Awards gewonnen. De NIH is de National Institute of Health, een van de grootste geldschieters in de VS op het gebied van medisch onderzoek. Elk jaar worden een stuk of 15 Pioneer Awards uitgereikt. Dit jaar waren het er 13, en drie ervan gingen naar Stanford! Stanford doet het dus erg goed.



Het was niet alleen een hele eer voor David om deze prijs te krijgen, het betekent ook dat hij zich de komende vijf jaar geen geldzorgen hoeft te maken: de prijs is 2.5 miljoen dollar (500,000 per jaar).

Dat moest natuurlijk gevierd worden, en dat gebeurde afgelopen week bij ons thuis. Er was eten van Armadillo Willy's (veel vlees), taart, en champagne. Congrats, David!

Wednesday, September 06, 2006

Saturday, September 02, 2006

O Vienna!

Gerard en ik zijn een weekje in Wenen geweest. Ik had daar een conferentie, de International Symposium on Microbial Ecology, de ISME.

We vertrokken op vrijdag vanuit San Francisco, met een overstap in New York. Onze eerste vlucht vlogen we business class, dus we genoten van het heerlijke eten, de ruime stoelen, en de prive-DVD speler die we allemaal kregen.

Onze tweede vlucht naar Wenen verliep iets minder voorspoedig. We moesten een noodlanding maken in Gander, Newfoundland (Canada) (beroemd vanwege September 11), omdat een van de passagiers in ademnood was geraakt. Op New York had hij zijn vloeibare medicijnen moeten inleveren vanwege de verscherpte veiligheidsmaatregelen. De onverwachte tussenlanding leverde vier uur vertraging op omdat het vliegtuig opnieuw gecontroleerd en getankt moest worden. Uiteindelijk werd de zieke passagier weer zo goed opgelapt dat hij weer met ons meekon. Gelukkig was het vliegtuig maar half vol (en dat maak je tegenwoordig niet meer vaak mee), zodat we lekker veel ruimte hadden, en zelfs konden slapen.

We kwamen op zaterdag in Wenen aan, waar we de eerste nacht in het Hotel Sacher hadden geboekt. Dat is waar de Sachertorte vandaan komt. Het was een heerlijk luxe hotel, met prachtige kamers. Op onze kamer stond een schaaltje fruit en bonbons klaar, de badkamer had een luxe bad, witte wollige badjassen, pantoffels, fohn, bidet, en aparte douchecabine met vele configuraties.




Het ontbijt was ook geweldig, met een uitgebreid buffet met allerlei broodjes, 10 soorten jam, 5 soorten muesli, zalm, vleeswaren, en uiteraard veel taarten. Gerard en ik namen uiteraard een stuk Sachertorte, een chocolade-cake die eerlijk gezegd een beetje droog was, maar met een lekkere abrikozensmaak.



Het hotel zelf was ook zeer de moeite waard. De lobby, de lounge, de bars, alles was even mooi. Er hingen uiteraard ook foto’s van alle beroemdheden die het hotel hadden bezocht.






Na het ontbijt checkten we uit, lieten de bagage achter in het hotel, en gingen de stad verkennen. Allereerst bekeken we ons hotel eens goed. Het Sacher hotel mocht er best zijn. Een paar jaar geleden hebben ze er twee verdiepingen opgebouwd, maar dat is redelijk smaakvol gedaan. We moesten erg lachen om de Smart auto die voor de deur stond met het kenteken S-ACHER; ik wist niet dat je in Europa ook vanity plates kon krijgen.





Ons hotel zat vlakbij de Hofburg, een groot complex van paleizen, kerken, statige gebouwen, en binnenplaatsen, die diende als het “winterpaleis” van de Habsburgse koninklijke familie.






Er zit ook de Spaanse Rijschool, waar de beroemde Lipizzanerpaarden optreden. We deden de rondleiding door de stallen, waar de paarden net waren teruggekeerd van hun zomervakantie. De veulens worden zwart geboren, maar verkleuren in de loop van de tijd naar wit. Er stonden een stuk of 40 paarden in de stallen, allemaal in een eigen stal. Tijdens de rondleiding kregen we ook de zadelkamer te zien. Er waren aparte zadels en bitstellen voor de training en voor een uitvoering!




Mijn conferentie zou al op zondagmiddag rond 4 uur beginnen, dus rond drie uur gingen we terug naar Hotel Sacher om onze koffers op te halen. De rest van de week zouden we in een ander hotel, dichter bij het conferentiecentrum, doorbrengen. Maar al snel bleek dat onze koffers per ongeluk waren meegegeven met een groep toeristen, en nu in een bus op weg naar Salzburg waren! De Sacher receptionisten waren helemaal van slag. Hoe had dit kunnen gebeuren in het beste hotel in Wenen! Terwijl ze druk aan het telefoneren waren op zoek naar de bewuste tourgroup en de bus, kregen we duizend verontschuldigingen, en een tas met badhanddoeken, slippers, badzout, douchekapje, zeepjes, en bodylotion. Ik stamelde nog dat ons nieuwe hotel vast ook wel handdoeken zou hebben, maar ze stonden erop dat we het zouden aannemen. En daar kwam nog een grote tas, met een prachtige Sachertorte in een houten kistje! Daar zei ik natuurlijk geen nee tegen. Tenslotte werd er een taxi gebeld, en we werden voor niets naar ons nieuwe hotel gebracht.

Dat hotel, Kunsthof, had ik uitgekozen omdat het erg dicht bij een metrostation lag, precies tussen het conferentiecentrum en de binnenstad in. Het was niet zo luxe als het Sacher hotel, maar netjes, en in een rustige straat. In de hal stonden een paar grappige koeien van papiermachee.





Daarna gingen we allebei naar het conferentiecentrum, het Austria Center, twee haltes verderop met de metro. De conferentie begon met een paar lezingen en een receptie. De lezingen waren in een gigantische hal, waar alle 2000 deelnemers makkelijk inpasten. Gerard mocht natuurlijk niet in de zalen, maar hij kon lekker internetten in de hal voor de ingang, en ik kon hem lekker voeden door borden met lekkere hapjes mee naar buiten te smokkelen. Onderstaande foto’s zijn niet van mijzelf, maar gejat vanaf internet.






Die avond, toen we weer terug in het hotel waren van de conferentie, werden onze koffers afgeleverd door een afgepeigerde meneer van Hotel Sacher, die 7 uur had moeten rijden naar Salzburg en terug. We waren erg blij dat we onze tandenborstels en pyjama’s weer hadden!

Maandag moest ik een presentatie houden, in 1 van de vijf parallel-sessies, over het onderzoek dat ik heb gedaan aan bacterien in baby-poep. Ik was erg blij dat ik de eerste lezing van de middagsessie was, zodat ik de rest van de conferentie me niet zenuwachtig hoefde te maken! De praatjes mochten maar 15 minuten duren, maar ik had goed geoefend, en bleef netjes binnen die tijd. Daarna kon ik heerlijk ontspannen naar de andere praatjes luisteren. Mijn collega Clara, die een uurtje later moest praten, zat al die tijd nog flink zenuwachtig naast mij! Maar ook zij deed het goed.

De rest van de week ging snel voorbij met praatjes, postersessies, en discussies. Gerard ging lekker elke ochtend in een ander Kaffeehaus ontbijten, en kon lekker in zijn eigen tempo allerlei bezienswaardigheden bekijken.





Een van de leukste dingen die Gerard heeft gedaan, was een rondleiding door de Opera. Helaas waren er geen voorstellingen in juli en augustus, maar de tour door het gebouw was zeer de moeite waard. Hij kwam ook “backstage”, en die ruimte was haast nog groter dan de zaal, en vol met ingewikkelde bedradingen en lampen.





Woensdag was een vrije dag voor mij, zodat Gerard en ik samen wat konden doen. We hadden kaartjes voor een trainingssessie van de Lipizzaner paarden in de Spaanse Rijschool (de echte voorstellingen begonnen pas in september). Het was aardig om te zien, maar als je niet erg veel van dressuur afweet werd het wel saai na een uurtje. De zaal was wel erg mooi, een lange overdekte prachtige hal, met balustrades over twee verdiepingen. Er was een speciaal mannetje dat langs de kant stond met een poepschepje, en elke keer als een paard iets liet vallen, moest hij de boel weer opruimen! Wat een job. Het mocht eigenlijk niet, maar ik heb stiekem wat foto’s gemaakt!





Na de training gingen we de Weense binnenstad in. Het is heerlijk flaneren en winkelen daar, met een grote voetgangerszone, en veel terrassen. We streken neer voor een lunch, vlakbij de Pestzuil, die rond 1700 is gebouwd ter herinnering aan de grote pestepidemie in Wenen.






In het midden van de stad ligt de grote Stephansdom, een gotische kerk. De kerk is rijk versierd, en tijdens een rondleiding hoorden we veel over de symboliek die tijdens de bouw werd toegepast.





De grote zuidtoren was helaas gesloten voor restauratie, maar de noordtoren was wel open. Er hing een grote klok, de Pummerin, een van de grootste klokken ter wereld. Je had er ook mooi uitzicht over de stad, en het aparte tegeltjesdak van de kerk.






De Stephansdom is ook beroemd om de Catacomben, ondergrondse gangen, waar mensen begraven werden. In de tijd van de pestepidemie stierven er zelfs zoveel mensen dat de lijken door een sleuf in de bottenkamers werden geschoven. Er zijn vele kelders met netjes opgestapelde botten, erg spannend om te zien!

Die middag togen we naar Schönbrunn, het barokke zomerpaleis van de Oostenrijkse keizerlijke familie. Hier heeft Keizerin Sisi en haar man Keizer Franz Joseph I gewoond. Je kon er heel gemakkelijk komen, met de metro. Het complex was groter dan ik had verwacht, en je kon allerlei verschillende rondleidingen kopen. Het was zelfs zo ingewikkeld, dat ze aparte folders hadden met informatie over de verschillende combinatietours.






Er waren vele kamers met nog meer meubels te zien, waar Gerard en ik maar een beetje doorheen zijn gerend. Ach arme toeristen die de audiotour hadden geboekt! Zij stonden met hun telefoontoestel bij elke stoel, elk schilderij, en elk wandtapijt stil om te horen wie dat had gemaakt, wie erop had gezeten, of wie erop stond afgebeeld. Gerard en ik liepen lekker door, en hadden het in een halfuurtje wel gezien.

De tuinen waren leuker. Een soort Versailles, met mooie symmetrische bloemperkjes, fonteinen, en oude bomen. Achterin de tuinen lag de megalomane gigantische monstrueuze Neptunus fontein.





Achter de Neptunus fontein liep een heuvel omhoog naar de Gloriette. Hoe moet ik dit bouwwerk noemen? Een pavillioen? Een galerij? Het was een flinke klim omhoog, maar dan had je ook een prachtig uitzicht over het Schönbrunn paleis met daarachter de stad.





In de Gloriette was een gezellig restaurant/cafe, waar we een heerlijk kopje thee met Kuchen hebben gehad. Daarna zijn we nog bovenop het pavillioen geklommen voor een blik over het paleis en de tuinen.





In de paleistuin van Schönbrunn was ook een doolhof, waar Gerard en ik met enige angst inliepen. Zouden we er ook wel uitkomen? Hadden we wel genoeg eten, drinken en zaklantarens bij ons? We begonnen wat te lopen, hier linksaf, daar rechtsaf, en ineens stonden we bij de uitzichtstoren in het midden! Waren we zomaar goed gelopen! Vanaf het uitzichtsplatform konden we lekker kijken naar al die andere stumperds, die wel aan het ronddolen waren!





’s Avonds togen we naar de Prater, een soort permanente kermis die beroemd is om het Riesenrad. Het rad is ruim 100 jaar oud, verwoest in WOII, maar weer opgebouwd. Het bestaat uit een soort bouwketen die in het rad zijn opgehangen.





Uiteraard hebben we een ritje in het reuzenrad gemaakt. Het was gelukkig niet zo eng als sommige van de andere attracties op de kermis. We hadden gewacht tot het donker was, zodat we een leuk uitzicht over de lichtjes van de stad hadden.





Sommige “bouwketen” van het reuzenrad zijn omgebouwd tot privecabines, waar je een romantisch diner voor twee kunt hebben.





De volgende dag moest ik weer hard aan het werk op de conferentie, terwijl Gerard lekker naar het Mumok ging, het museum voor Moderne Kunst.






Op vrijdag deed Gerard een tour door de Musikverein, een van de meest beroemde concertzalen ter wereld. Hier wordt elke eerste dag van het jaar het Nieuwjaarsconcert gegeven. Je weet wel, die televisieuitzending met klassieke muziek vanuit die gouden zaal, gemengd met walsende dames en heren. We hadden er die avond een concert van het Wiener Mozart Orchester, die optraden in Mozart kostuum, compleet met pruik en witte sokken. Het concert omvatte bekende muziek van “der Amadeus”, en een sopraan en bariton zongen wat beroemde opera stukken.






Zaterdag was alweer onze laatste dag in Wenen. Ik had die dag ook weer vrij, dus we konden samen weer wat dingen bekijken. We kozen voor de Belvedere, alweer een paleis met mooie tuinen, en een kunstmuseum met veel werken van Gustav Klimt en Egon Schiele.







In de Hofburg bezochten we het Schmetterling Haus, een tropische kas met losvliegende vlinders. Erg leuk, en ik zag zelfs een vlinder uit een pop kruipen, en de vleugels oppompen. Heel bijzonder.






We besloten de dag met een bezoek aan twee musea. Het eerste was het Haus Der Musik / Klangmuseum, een leuk en experimenteel museum over geluid. Er waren zalen over het Wiener Philharmoniker Orkest, beroemde Oostenrijkse componisten, interactieve opstellingen waar je zelf geluid kon maken of veranderen. Het leukst was een magisch dirigeerstokje, waar je het Wiener Philharmoniker kon dirigeren. Op de foto zie je een Fransman die het erg serieus opnam, maar het lukte hem wel om het muziekstuk succesvol ten gehore te brengen. Een meisje dat het na hem probeerde, bakte er niet veel van, en op het scherm stonden enkele orkestleden op, riepen boe, en liepen boos weg. Erg grappig.





Daarna bezochten we nog het Mozart Haus, waar de componist met zijn gezin twee jaar heeft gewoond. Dit bleek een warrig ingericht museum te zijn, maar het was toch grappig om te lopen door de kamers waar hij zijn muziek heeft gecomponeerd.




We namen afscheid van Wenen met een bezoek aan het Plachutta restaurant, waar we de beroemde Wiener Tafelspitz namen. Het bleek een stuk gekookt rundvlees te zijn dat in een koperen pannetje geserveerd wordt in een bouillon met groenten en mergel. Herrlich aber viel zu viel!