Thursday, September 22, 2005

Bloc Party @ the Warfield

Gisteravond ben ik onverwacht naar een popconcert in San Francisco gegaan. Mijn collega L. is arts, en hij werkt regelmatig als vrijwilliger voor RockMedicine. RockMedicine is een organisatie die bij grote en kleine concerten hier in de buurt zorgt voor de EHBO ondersteuning. Af en toe mag mijn collega een gast meenemen, en gisteren vroeg hij of ik zin had om mee te gaan. Hij had kaartjes voor een concert van drie bands in The Warfield, in hartje San Francisco. The Warfield is een mooie oude theaterzaal uit 1922, die nu voornamelijk in gebruik is voor pop-concerten. Gerard en ik zijn hier begin dit jaar nog geweest voor een concert van de Duitse electronica-band Kraftwerk.




Het concert van gisteravond was weer een hele belevenis. Omdat ik gast was van ”de dokter” mocht ik met hem mee naar backstage. Gaaf hoor. Ik kreeg een sticker voor op mijn broek (sic) met daarop het wachtwoord van die avond (Street Fiesta) en daarmee mocht ik overal heen. Eerst gingen we naar de grote backstage lounge, die niet backstage was maar in de kelder. Allerlei vage types hingen hier een beetje verveeld rond. Hier konden we een hapje eten, en het was verrassend goed: zwaardvis met pikante tomatensaus, gebakken aardappeltjes met rozemarijn, en twee kleuren sperciebonen (groen en geel; die gele bonen had ik nog nooit gezien). Er stond ook een grote bak met flesjes water en blikjes fris, en er was zelf chocolade-cake na. Mmmm. En allemaal voor niets.

De Rock Medicine lounge was ook in de kelder, en bestond uit drie comfy banken, met veel kussens, en een televisie op oorlogssterkte. Vanavond deden nog drie of vier anderen dienst voor de organisatie, twee nurses (verplegers) en een EMT nurse (ambulance verpleger). We hingen hier wat rond voordat de bands zouden beginnen.

Al snel kwam de eerste “patient”, een meisje van een jaar of 20. Ze vroeg wie de dokter was, en we wezen allemaal naar L. Ze draaide zich met haar rug naar hem toe, tilde haar truitje op, en riep of-ie even naar haar rash wilde kijken. Ze had gisteren in de zon gelegen en nu had ze zo’n rare uitslag. Ik rolde bijna van de bank van verbazing. Hier in de VS is men zo preuts, maar deze dame vond het heel normaal dat iedereen dit kon zien. L. gaapte dat het gewoon een beetje verbrand was en dat het vanzelf overging. De dame droop teleurgesteld af.

Rond een uur of 8 begon de eerste band te spelen, en we gingen naar de zaal om te kijken. De oordoppen gingen in, want het was een oorverdovende herrie! De openingsband waren The Noisettes, uit Engeland. De muziek was niet mijn stijl, maar er was wel veel te kijken. Allereerst de drummer. Hij had een geweldig kapsel: enorm veel kroeshaar dat alle kanten opstond, een baard, maar nauwelijks snor. Hij leek een jaar of 40 vanaf een afstandje, maar toen ik hem later van dichtbij zag, was hij veel jonger. Hij drumde als een bezetene! De zangeres had een vreemd gewaad aan, een soort hip broekpak, en ze danste woest heen en weer over het podium, klom op de speakers, en schreeuwde in de microfoon. Dat was jammer want ze had best een mooie hoge stem. ’t Klonk een beetje als Bjork als ze haar best deed, maar dat deed ze niet. Het was meer schreeuwen dan zingen. Op studio opnames klinkt het allemaal een stuk beter dan in het echt. Maar ik vond het wel grappig om naar te kijken.

De tweede band was The Kills, ook al zo’n partij herrie. Ook hier een zangeres. Ook zij had een aparte manier van bewegen, heel schokkerig, en ze viel af en toe opeens op de grond, maar dat bleek zo te horen. Haar gezicht heb ik niet kunnen zien, want haar haar hing er telkens voor. Hun muziek was erg somber en donker, en ook hier vond ik het geen goed life-optreden. Maar smaken verschillen natuurlijk.


Bloc Party was de hoofdact, een Engelse band die hier in de VS nogal populair aan het worden is. Ik had van te voren al wat muziek gedownload om een beetje op de hoogte te zijn. De muziek is even wennen maar lang niet slecht. De zanger komt oorspronkelijk uit Nigeria, maar woont nu in Londen. Hij had echt lol in zijn optreden, en lachte veel. Ook hij klom bovenop de speakers, tot ongenoegen van de mensen van de organisatie, maar daar trok hij zich niets van aan. De drummer was geweldig. Niet helemaal mijn stijl (punk) maar je kon goed zien hoe strak hij drumde. Het publiek vond het geweldig, en er werd zelfs gecrowd-surfd. Helaas eindigde dat met een meisje dat met haar handen voor haar gezicht het podium werd opgehesen: ze was kennelijk door de crowdsurfer geschopt. De zanger stopte met zingen, hield een klein preekje over hoe slecht het was dat onschuldige meisjes de dupe worden van crowdsurfen, en dat we hier toch allemaal komen om het leuk te hebben. Het meisje was snel afgevoerd naar achteren, en ik dacht: werk aan de winkel voor de Rock Doctor!

Maar toen ik na afloop van het concert weer naar de Rock Medicine banken ging, wist mijn collega (die inmiddels naar beneden was gegaan) van niets. Hij had helemaal geen blond meisje gezien, alleen een dronken vent die ergens laveloos op de grond lag. Terwijl ik vertelde wat er gebeurd was, kwam het meisje binnen, lachend en duidelijk niet erg gewond. Haar vrienden hadden er op aangedrongen dat ze zich even liet bekijken door de arts, maar er was niets ernstigs aan de hand, misschien morgen een blauwe plek, maar verder niets. Gelukkig maar.

Tuesday, September 13, 2005

Bezoek

Donderdag stonden Gerard en ik weer eens op SFO, want er kwam bezoek uit Nederland: Gerard’s neef Jeroen en vriendin Carla. We kijken er altijd naar uit om bezoek te krijgen. Niet alleen om hen te laten zien hoe mooi, zonnig en leuk het hier in California is, maar ook natuurlijk voor de kaas, stroopwafels en drop die we dan krijgen. Mmmm.

J&C hadden een midsize huurauto op het vliegveld geregeld, maar die cabrio’s zagen er toch ook wel erg spannend uit….. Upgraden dus! De top moest er natuurlijk gelijk af, en zo reden we even later over de Interstate 280 naar ons huis. Oeps, het is toch wel erg koud in een open cabrio als je met 120 km/uur over de snelweg rijdt. Met de verwarming op volle kracht was het nog net uit te houden, maar we hebben flink bijgedragen aan global warming!

De dag erop hebben we San Francisco laten zien: Fisherman’s Wharf met de zeeleeuwen, visrestaurantjes en souvenir-winkeltjes, een ritje met de cable car naar het centrum, gelunched in China Town, gelopen naar het Cable Car Museum, omhooggeklommen naar Lombard Street, en teruggelopen naar de auto, waarna we naar de Golden Gate Bridge zijn gereden voor een wandeling met uitzicht op de stad. San Francisco in a day!

Zaterdag hebben we J&C bij de veerboot naar Alcatraz afgezet. Zelf hebben we het gevangeniseiland nu zo vaak gezien dat we niet meegingen. Verwende sikken zijn we, niet dan? Afzien hoor, hier in de Bay Area. In plaats daarvan gingen Gerard en ik naar downtown San Francisco om te gaan shoppen. Dit keer gingen we naar de Borders, een grote multilevel bookstore, met natuurlijk boeken, maar ook een café met lounge stoelen, en een grote etage vol CD’s en DVD’s. Beladen met boeken en CD’s gingen we weer naar Fisherman’s Wharf, waar we J&C weer vonden. Die hadden intussen zin in wijn gekregen, dus we reden naar Sonoma Valley om wijn te proeven. Hik, burp, hik, het werd heel erg gezellig…... Gelukkig reed onze BOB Gerard ons weer veilig naar huis. Onderweg hebben we nog gestopt voor een paar prijsfoto’s van de Golden Gate Bridge in de ondergaande zon, en een blik op San Francisco By Night vanaf Twin Peaks.

Zondag moesten J&C mee met ons voor een hike van 4 uur in Castle Rock State Park. Zijn we er al? Volgens Carla’s stappenmeter hebben we 10,000 stappen gedaan, en 10 km gelopen. ‘s Avonds zijn we naar het Shoreline Amphitheatre gegaan, voor een concert van Oasis/Jet/Kasabian. Ik had daar maanden geleden 4 kaartjes voor gekocht. Niet dat ik zo’n Oasis fan ben, maar mijn favoriete band Kasabian stond in het voorprogramma. We gingen ruim op tijd naar het amphitheater, want ik was bang dat we in de file zouden komen te staan. Maar we waren zo vroeg dat het inmense parkeerterrein nog bijna leeg was. Shoreline is een van de mooiste openlucht concertvenues van de VS (tenminste als je de website moet geloven). Er kunnen zo’n 25.000 mensen in, 6500 op de stoelen vooraan, en de rest op het glooiende grasveld achter de stoelen. Rondom het stadion is een groot terrein met stalletjes met eten (garlic fries, hamburgers en hot dogs), T-shirts, standjes van radiostation’s, maar ook grasvelden met picnic-tafels. Daar installeerden we ons, we hadden immers nog 1.5 uur voordat het concert begon. We hadden toastjes, hummus, pesto, en jus, en intussen konden we heerlijk mensen kijken. Er trok van alles voorbij, dun, dik, klein, inmens, kaal, harig, Goth, prep, hip en fout.
Het concert was geweldig. Kasabian was de openingsband, en de meeste stoelen waren nog leeg maar hier was ik voor gekomen. Kasabian rocks! Jet was de tweede act, vond ik niet zo. Die man schreeuwt me te veel, en het klinkt als any other rock band. Oasis was wel weer leuk, maar ik kende er niet zoveel nummers van. De rest van het publiek wel: ze schreeuwden alles mee. We waren blij dat we extra truien en dekens hadden meegenomen, want het was erg koud. Brrr. De jongens naast ons hadden alleen maar een T-shirt aan, maar die waren dan ook stomdronken en ze hielden zich warm door iets te fanatiek te dansen. Niet leuk als ze telkens bij jou op schoot eindigen.

Na dit enerverende weekend zijn J&C in de cabrio vertrokken naar Las Vegas, Bryce, Zion, en de Grand Canyon. We hopen ze over twee weken weer terug te zien!

Amerikaanse collega's

Om een idee te geven van hoe anders soms Amerikanen met elkaar omgaan op de werkplek dan ik gewend ben, heb ik hier een kleine opsomming gemaakt (allemaal echt gebeurd hier op het lab):
  1. Als je een ander ziet modderen bij een ingewikkeld apparaat, kijk je de gauw de andere kant op. Laat-ie het lekker zelf uitzoeken, dat moest jij destijds ook doen.
  2. Als je een student hebt, stuur je die met een ingewikkeld protocol het lab in, en je gaat zelf achter de computer zitten. Laat-ie het lekker zelf uitzoeken, dat moest jij vroeger ook doen.
  3. Als je hoort dat een ander die middag naar de Stanford campus gaat, pak jij snel de parkeerpas en gaat vijf minuten eerder weg dan de ander. Laat die ander het lekker zelf…. (you get the picture).
  4. Als je een ander om hulp vraagt (in het uiterste geval van nood), en die persoon geeft jou een uitleg van een uur, dan ga je daarna snel naar een tweede (en derde) persoon om hetzelfde probleem voor te leggen. Het is toch in jouw eigen belang dat je het verhaal van meerdere kanten hoort?
  5. Als je gaat lunchen vraag je niet aan de nieuwe student/medewerker of-ie meegaat.
  6. Als een ander aan jou een goed idee vertelt (de sukkel) stuur je direct een e-mail naar je baas dat je een geweldig idee hebt. Kan je hem morgenochtend om 8 uur even spreken?
  7. Tijdens de lunch moet je keihard lachen om al die buitenlanders die niet weten wat een Twinkie is.
  8. Op je werkbespreking verontschuldig je je tegenover de groep voor je slecht leesbare, in elkaar geflanste dia’s en half afgemaakte experimenten. Je hebt er vannacht tot drie uur nog aan moeten werken, zeg je, en je ziet dat de baas je goedkeurend toeknikt. Dat je pas gisteravond aan de werkbespreking bent begonnen, vertel je er maar even niet bij.
  9. Je klaagt steen en been dat je het zo druk hebt. Wat wil je ook, als je naast je gewone baan nog eens 20 uur per week aan je eigen consulting bedrijfje moet besteden?
  10. Als je met je baas staat te praten, meld je terloops tussen neus en lippen door dat je zaterdagochtend op het lab was. Dat je vrijdagmiddag om drie uur bent vertrokken, is natuurlijk “not worth mentioning”.
  11. Aan het einde van de dag zet je alleen je eigen prullenbak buiten op de gang voor de schoonmaak-dienst. Je vertrekt vervolgens zonder je collega een goede avond te wensen.
  12. Als je naar een andere job vertrekt, laat je je werkbank gewoon achter zoals-ie is, vuil en vol. Je plank in de vriezer laat je ook “as is”, met onleesbaar genummerde raadselachtige buisjes en doosjes, en je vertelt je baas dat er niets weggegooid mag worden, want het is allemaal reuze belangrijk.

Dit maak ik echt allemaal mee. Rare jongens, die Amerikanen.

Thursday, August 25, 2005

De website voor alle Nederlanders in de Bay Area

Goed nieuws voor alle Nederlanders in de San Francisco Bay Area. Sinds maandag is er een website met allerlei interessante zaken voor Nederlanders die hier wonen, of die hier naar toe willen komen. Waar kun je hagelslag of poffertjesmix kopen, waar kan je Indonesisch eten, hoe kom ik in contact met andere Nederlanders, en hoe blijft mijn kind goet nederlants spelluh? Het staat allemaal op http://www.nlbayarea.com, de nieuwe website voor Nederlanders in Silicon Valley, San Francisco en omgeving.

Ik maak hier maar een beetje reclame, want ik heb deze site net opgezet, en hoop in een behoefte te voorzien. Bovendien leer ik zelf ook een hoop. Zo blijken er maar liefst een stuk of 7 Nederlandse verenigingen in de SF Bay Area te zijn. Zijn dat er niet 6 teveel? Of is dit weer een typisch voorbeeld van de Nederlandse zuilen cultuur. JMHO.

Wednesday, August 17, 2005

De iPod

Nog een nieuw speeltje: mijn iPod. Nou ja, helemaal nieuw is hij niet, ik heb hem al bijna een jaar. Maar hij is wel heeeeeeel erg leuk.



Mocht je het nog niet weten: een iPod is een MP3 speler, een klein computertje waar heel veel muziek op past. Er zijn heel veel merken MP3 spelers, maar de iPod (van Apple) is de meest bekende. Hoe werkt dat? Je stopt een CD in je computer en "ript" hem. Dat wil zeggen: je copieert de muziek naar je computer, en comprimeert de files. De resulterende copie is een stuk kleiner dan de originele muziek, dus er gaat een hoop informatie verloren, maar het klinkt nog steeds best goed. Al die files (MP3 of MP4 formaat) kun je dan weer op je MP3 speler zetten.

Het leuke is dat er zo ontzettend veel muziek op zo'n apparaatje past. Mijn iPod kan 40 gigabyte opslaan, en dat is echt weken aan muziek. Stel je voor, je zet hem aan en laat alles spelen, en over een maand is-ie klaar. Dat is best veel muziek. Je kunt dus je hele CD collectie er op zetten. Bovendien kun je aan elke stukkie muziek een genre kan toekennen. Bv. klassiek, rock, 60ies, noem maar op. Als ik zin heb in house muziek, laat ik alles spelen van dat genre. Heb ik zin in iets rustig, dan kies ik "Easy Listening". Ik kan ook playlists maken, waarin ik meerdere genres combineer. De mogelijkheden zijn bijna onbeperkt. En ik ben dol op de "random" functie.



Op het lab zie je steeds meer mensen met de witte oordopjes in, de blik op oneindig. Ik vraag me altijd af waar ze naar luisteren, want die Amerikanen laten niets merken. Hun gezicht staat strak. Het kan disco zijn, Pavarotti, Mozart, je weet het niet. Als ik mijn iPod aan heb staan, moet ik me echt inhouden om niet mee te gaan zingen. Of mee te gaan swingen. Het werkt wel lekker, pipetteren op muziek. Maar het gaat alleen goed als je iets doms aan het doen bent. Als je moet nadenken dan kan de muziek je gaan afleiden.

Mijn favoriete groepen van dit moment?

Kasabian, The Crystal Method, Underworld, The Killers, Fischerspooner, The Bravery.

De Cadillac

Onze overbuurman A. (je kent hem nog van "De Fourth of July"; rechts op onderstaande foto), de krasse 70-er, nodigde ons vorige week uit voor een ritje in zijn Cadillac. Niet zomaar een auto, maar een echte oldtimer. Hij heeft 20 jaar geleden 3 Cadillacs van rond 1940 gekocht, en de beste onderdelen gebruikt om er eentje te restaureren. Hij heeft jaren geknutseld, gesleuteld, geprutst en gepoetst, en het resultaat mag er zijn. Een glanzende mobiel. Wat een auto, zeg. Enorme neus, antiek nummerbord, mooie kleur, geweldig.



Het was tijd voor een proefritje. We voelden ons zeer vereerd uiteraard. De auto stond blinkend op straat, en ik durfde bijna niet de deur open te doen. Gerard nam plaats naast de bestuurder, en buurvrouw E. en ik gingen achterin zitten. Het zat als een vorst. Enorm veel beenruimte, zachte bekleding (allemaal nieuw), luxe leer, gelakt hout, glanzend chroom. Je kon zien hoeveel werk A. er in had gestoken.




Daar gingen we dan, zoevend over Fremont Boulevard. Iedereen kijken natuurlijk. Zo'n prachtige auto.... of was het vanwege het slingerende stuurgedrag van de chauffeur??? Het valt niet mee, zo'n auto zonder stuurbekrachtiging, zeker niet als je 70 bent.



Ondanks de wat wankele koers bereikten we heelhuids de oprit van de snelweg. Daar hielden we nog even onze adem in want A. voegde in met een snelheid van 40 km per uur. Helemaal zeker weten doen we dat niet, want de snelheidsmeter deed het niet zo goed.



De auto bereikte tergend langzaam de snelheid van de andere auto's en toen konden we weer rustig ademen. Bij het afrijden van de snelweg trok de auto enorm naar links, en bij het schakelen hoorden we elke keer "kloink", maar we kwamen zonder deuken of ongelukken weer thuis! We vonden het wel een geweldige ervaring, uniek dat we zoiets mogen meemaken. Bedankt buurman A voor deze belevenis!

De reis naar Newport (Boston Part 2)

Vanuit Boston (zie Blog hieronder) was het zo'n anderhalf uur rijden naar Newport, het tweede doel van onze kleine vakantie. In Newport woonde C., mijn Braziliaanse ex-collega en ex-labbuurman. Een jaar geleden was hij naar de oostkust verhuisd, en inmiddels was hij getrouwd en had net 6 weken geleden een zoontje gekregen. Tijd voor een bezoekje dus.

Gerard had zijn TomTom, zijn car-navigation systeem meegenomen, en die kwam goed van pas bij het vinden van de juiste route. Gerard is helemaal weg van dit nieuwe speeltje. Het heeft alle straten van de hele VS in zijn geheugen, en de 3D weergave draait mee met de weg. En: het is een Nederlands product.


Onderweg naar Newport viel het ons op hoeveel Dunkin' Donuts vestigingen er waren, hier in Massachusetts. Elke snelweg-afrit, elke straathoek, ja hoor: Dunkin' Donuts. Die mensen hier moeten haast wel net zo rond en vet zijn als een donut.




Newport ligt in de kleine staat Rhode Island. De staten hier aan de oostkust zijn veel kleiner dan California. Newport is een gezellig badplaatsje. Het ligt aan een gecompliceerde baai, met allerlei eilandjes, schiereilandjes, en inhammen. Na een paar bruggen weet je niet meer of je op het vaste land zit of op een schiereiland.



De kust is ruig, met rotsen, baaien, maar ook brede zandstranden. Het plaatsje zelf heeft leuke restaurantjes, kleine winkeltjes, en antiekmarktjes. Er zijn prachtige oude landhuizen, de Newport Mansions, prachtig ingerichte statige huizen, en in de jachthaven liggen de duurste luxescheepjes te dobberen.



C. en zijn vrouw V. woonden in een mooi oud huis, op loopafstand van het centrum. Ze gaven ons een parkeervergunning, want het plaatsje is zo populair bij dagjesmensen uit New York en Boston dat parkeren lastig en duur is. Maar gelukkig konden we voor de deur parkeren.



Met zijn vieren, en baby L. in de kinderwagen, maakten we een wandeling langs de kust. Het was een soort geasfalteerd pad, lekker plat, dus ideaal voor de kinderwagen. Maar het uitzicht was mooi, eerst een strand met zonnenbaders, daarna kliffen en rotsen.



Baby L. hield zich goed, maar op het eind van de wandeling wilde hij toch wel heel graag een schone luier. Weer terug naar huis, want die hadden de kersverse ouders nu net niet bij zich.


De trip naar Boston

Een dag nadat we uit Nederland waren thuisgekomen (ja, de VS gaat steeds meer als thuis voelen), gingen we alweer op reis. Ditmaal was het wel een geplande trip, een kleine vakantie naar Boston. Een ex-collega van mij was vorig jaar naar Newport verhuisd, aan de oostkust, en dat ligt op ca. 1.5 uur rijden van Boston. Gerard was al eens in Boston geweest voor een conferentie, wilde nog eens terug, en ook anderen hadden gezegd dat het zo'n leuke stad was. Dus daar gingen we dan. Vanuit San Francisco was het 5 uur vliegen naar Boston. Dan realiseer je je weer eens hoe groot de Verenigde Staten eigenlijk zijn!

Iedereen had gelijk: Boston is geweldig leuk. Het is een onamerikaans gezellige stad, die heel Europees aandoet, met zijn kronkelige straatjes, bakstenen huizen, en met een echte geschiedenis. Hier heeft zich heel wat afgespeeld: het begin van de Amerikaanse Onafhankelijksstrijd.



Maar er staan ook wolkenkrabbers, en er is uiteraard een Starbucks op elke straathoek! Het blijft tenslotte wel Amerika. Een leuk contrast, die oude bakstenen gebouwen met die wolkenkrabbers.



Dwars door de stad loopt een rode streep: De Freedom Trail. Het is een wandelroute die je langs alle interessante gebouwen brengt. Kerken, stadhuizen, staatsgebouwen, het klinkt misschien saai, maar overal is wel een kleine tentoonstelling, en de geschiedenis van Boston en het jonge Amerika begon echt te leven. Ik wist daar allemaal niet zoveel vanaf, maar nu werden we even bijgespijkerd in de Amerikaanse geschiedenis. De Boston Teaparty, Declaration of Independence, en de Boston Massacre.



Midden in de stad, zeg maar tussen de Starbucks en de McDonalds in, liggen verschillende begraafplaatsen met de "helden" uit de Amerikaanse geschiedenis. De namen zeiden me niet zoveel, behalve die van Samual Adams, maar dat is omdat daar een bier naar vernoemd is. Tegenover zijn graf ligt een cafe, de enige plaats "where you can drink a Sam Adams while looking at him".



In de haven ligt het vlaggeschip van de Amerikaanse Navy, de USS Constitution. Een prachtig schip uit 1797, met als bijnaam Old Ironsides. Het schip is helemaal niet van ijzer, maar van supersterk hout, en ze heeft geen enkele zeeslag verloren.



Aan het eind van de Freedom Trail kwamen we bij het Bunker Hill Monument. Het was inmiddels erg warm en benauwd geworden, en we liepen al flink te puffen. Het monument, een obelisk ter nagedachtenis aan een veldslag uit 1775, had 294 treden en geen lift. "Free. No elevator". Zullen we maar? We begonnen de klim, maar het werd bovenin de toren steeds benauwder. Ik had gehoopt dat er boven wat frisse lucht zou zijn, een paar open ramen of zo, maar niet hoor. Alle ramen waren potdicht, en de laatste moleculen zuurstof waren verdreven door de zweetlucht en dampen van de honderden toeristen die ons die dag waren voorgegaan. Bleh. Het uitzicht viel ook een beetje tegen, maar ja, we hadden onze workout van de dag wel gehad.



Als beloning vonden we dat wel recht hadden op een lekker diner. We hadden een tafel geboekt in Azure, een van de toprestaurants in Boston. Niet geheel toevallig was dit het restaurant van ons hotel, The Lenox. Dus na een fantastisch diner konden we gewoon naar onze kamer rollen.

De volgende dag was het alweer bloedje-heet. We hadden een plaatsje gereserveerd op de Boston Duck Tours. De Ducks zijn een echte Boston bezienswaardigheid. Het zijn amphibievoertuigen uit de Tweede Wereldoorlog. Een soort legertrucks die ook te water kunnen. De voertuigen worden bestuurd door de ConDucktors, grappenmakers in kostuum, die tijdens de rondrit op een leuke manier de stad laten zien.

Onze ConDucktor was Captain Super Swift, eens een superheld, maar na het eten van teveel Dunkin' Donuts iets te supersized om nog swift te kunnen zijn. Hij deed het wel erg leuk. Hij wees alle Dunkin' Donuts vestigingen in de stad aan (en ja, dat waren er veel!), maar vertelde ook veel serieuze zaken, zodat we nog meer over de stad leerden.



Na de rondrit hadden we behoefte aan een koele omgeving. We kwamen terecht in de Boston Public Libary, heerlijk gekoeld, gratis toegankelijk voor iedereen, en met een prachtige oude leeszaal. En bovendien een leuk cafeetje voor een kopje koffie en een broodje.



Tegenover de bibliotheek ligt Copley Square, een plein met groot grasveld waar in de zomer veel openbare concerten worden gegeven. We hadden de middag daarvoor een optreden gezien van Maia Sharp & Mike Doughty's Band (had ik nooit van gehoord). Er bleek ook een grappige schildpad te staan. Daar moest ik natuurlijk even op gaan zitten.



Die middag reden we door naar Newport. Maar dat staat in de volgende blog.

Tuesday, July 19, 2005

De onverwachte reis

Vanwege familieomstandigheden waren we de afgelopen week onverwacht in Nederland. Het was goed om onze families weer te zien, al was het vanwege een droevige gebeurtenis. We hebben veel met elkaar gepraat, en gelukkig ook gelachen. Ons bezoek was kort en ik hoop dat jullie begrijpen dat er geen gelegenheid was om aan te kondigen dat we er waren, of om veel mensen te bezoeken. Maar: met de kerst komen we weer naar Nederland. Dan hopen we veel van jullie weer te zien. We denken nog na over hoe we het dit jaar gaan organiseren, maar hou alvast een gaatje in de agenda's, als je ons weer eens wilt zien. We verheugen ons er al op.

Het weer tijdens ons bezoek was prachtig! Het leek wel California. Hoewel, het leek voor ons nog wel veel warmer omdat het erg vochtig was en drukkend. Maar we hebben elke dag lekker buiten kunnen zitten. Er was gelukkig ook tijd voor een kleine "winkel-sessie" in Gouda met mijn moeder, lekker net als vroeger de Kleiweg af lopen. Op de terugreis, op Schiphol, hebben we een paar flinke blokken oude en belegen kaas, Droste chocolade, en Bounty-repen ingeslagen, en samen met de Goudse stroopwafels zullen die er voor zorgen dat we Nederland niet al te veel zullen missen de komende tijd.

Wednesday, July 06, 2005

De "Fourth Of July"

Afgelopen maandag hadden we een feestdag: het was Independence Day (The Fourth of July). Weer zo'n dag dat je in je agenda kijkt en onverwacht een dagje vrij blijkt te hebben. Ik ben nog niet Amerikaans genoeg om dat aan te zien komen.

Onze overburen A. en E. (beide in de 70, en de "opa en oma" van de buurt) vroegen of we zin hadden om naar het vuurwerk te gaan kijken. Amerikanen steken bijna geen vuurwerk af met oud-en-nieuw, maar juist midden in de zomer, op de vierde juli. Bijna elke grote stad heeft een mooi vuurwerk georganiseerd. Het is illegaal om als particulier vuurwerk te kopen of af te steken. Ik vind dat wel een goed idee. Het voorkomt een hoop afgerukte handen, weggeslingerde ogen, afgebrande huizen, en troep op de straat, terwijl je er een professioneel georganiseerd vuurwerk voor terugkrijgt. Moesten ze ook in NL doen.



A. en E. gingen elk jaar naar het vuurwerk kijken bij het Shoreline Amphitheatre, een groot openluchttheater voor concerten en shows in Mountain View. In het theater wordt op de 4th een (duur) concert gegeven, en het vuurwerk wordt op het eind, kennelijk op de maat van de muziek, afgestoken. Maar je kunt er ook gewoon heen om alleen naar het vuurwerk te kijken, gratis en voor niets. Op zijn Amerikaans: je neemt wijn, stokbrood, en kaas mee, en gaat lekker op het gras zitten wachten.

Onze buren wisten precies waar het vuurwerk zou worden afgestoken: aan de achterkant van Shoreline op de golfbaan. Op aanwijzing van A. (tegenspraak werd niet geduld) parkeerden we de auto op een leeg parkeerterrein op ca. een half uur lopen van de golfbaan af. Het was een flinke wandeling, A. met zijn karretje met picnic spullen achter zich aan slepend, en Gerard met een rugzak vol met onze "goodies". Uiteindelijk, moe en koud, kwamen we aan bij de golfbaan, waar al flink wat anderen verzameld waren. Maar het parkeerterrein daar was nog half leeg! Waarom waren we daar niet direct heen gereden? A. legde het nog eens haarfijn aan ons uit: als we straks teruggaan staan al die mensen in de file om weer naar huis te gaan. Wij lopen lekker een half uurtje terug en rijden dan zo weg (Ja, tegen die tijd is de file ook wel opgelost). E. rolde met haar ogen, zij was na 50 jaar huwelijk wel aan zijn ideeen gewend.

Om te tijd te doden had A. zijn laptop meegenomen. Ja ja, dik in de 70 maar nog wel up to date, hoor. Hij liet ons zijn 800 dia's zien die hij op zijn recente trip naar Europa had gemaakt met zijn digitale camera. Ondanks hun leeftijd is dit echtpaar nog heel actief. Ze hebben dit voorjaar een lange trip naar Europa gemaakt, op bezoek bij veel oude vrienden en bekenden. Dat doen ze bijna elk jaar! E. en A. hebben in het verleden veel Europese studenten in huis gehad, en daar zijn ze nog steeds mee bevriend. Ze kennen dus in bijna elk land wel een paar mensen en bezoeken die regelmatig. Dit jaar waren ze in Duitsland en Polen geweest. A. liet trots de vele foto's zien van al hun vrienden ("dit is de dochter van P.; dit is de schoonvader van K., en die is getrouwd en heeft nu 6 kinderen, hier staan we met L. en M. en dit is hun tweeling....."). Achthonderdfotoslang. Maar we hadden toch niets beters te doen dan de foto's te bekijken en stokbrood met brie te eten, en te wachten tot het donker werd.

Om ons heen zaten veel andere mensen, allemaal te wachten op het grote moment. Naast ons zat een grote groep "jongelui" van een jaar of 20 te wachten. Ze dronken veel wijn en bier, en waren een beetje luidruchtig, maar niet vervelend. Dat zou in Nederland toch wel anders zijn. Hier gaat dat gewoon goed. En toen er twee jongens onder het gele lint wilden kruipen om hun weggerolde football te pakken, kwam er een bewaakster aanrennen. Dat mag niet jongens, ik pak hem wel even. En de jongens bleven braaf wachten. Ik ben daar toch elke keer weer verbaasd over, hoe netjes men hier luistert naar aanwijzingen van mensen-in-uniform.

Eindelijk, rond 10 uur, begon het vuurwerk. Toen bleek pas wat een goede plek we hadden. Het vuurwerk ontplofte pal boven ons hoofd, en het was een prachtig gezicht. Allerlei kleuren (vooral veel rood, wit, en blauw, de kleuren van de Amerikaanse vlag) en maten, en allemaal vlak achter elkaar. Je wist gewoon niet waar je moest kijken!



Er was niet zoveel knalvuurwerk, het ging vooral om het mooie plaatje. Er was zelfs vuurwerk in de vorm van een hart, een ster, en een smiley! Geweldig knap hoor, hoe ze dat maken. Hier heb ik wat foto's op Internet gevonden van hoe dat er uitzag.



Enigzins verkleumd begonnen we aan onze lange wandeling terug naar de auto. En het moet gezegd: we konden zo wegrijden "vooraan in de file". Happy 4th!

Wednesday, June 29, 2005

De Dubbele Spatie

Er schiet me nog iets aardigs te binnen.  Toen we ons artikel aan het schrijven waren, viel het me op dat mijn collega P. altijd twee spaties na de punt aan het einde van de zin typte.  Die ik dan vervolgens weer weghaalde, want een manuscript moet aan allerlei regels voldoen, en 1 daarvan is een maximum character count.  Dus elke spatie telt, dacht ik.  Maar P. bleef het doen, en opeens viel me op dat hij niet de enige was.  Op een keer vroeg ik hem ernaar.  Hij zei dat dat zo hoorde: een single space tussen twee woorden, of na een komma, en een double space aan het einde van een zin.  Ik had daar nog nooit van gehoord.  Are you kiddin'?  Maar toen ik het aan andere Amerikanen vroeg, bleek dat de meerderheid dat inderdaad zo geleerd had.  En na een tijdje zag ik er het voordeel wel van in: afhankelijk van het lettertype kan het inderdaad een stuk duidelijker staan.  Op Internet bleek de wereld verdeeld in twee kampen, de doublespacers en de singles.  Dus voor deze gelegenheid heb ik in dit stukje ge-double-spaced (lastiger dan je denkt omdat HTML in principe maar 1 spatie laat zien, hoeveel je er ook intypt; maar er is een commando om dat te omzeilen).

De Publicatie

Het is alweer een beetje oud nieuws maar toch de moeite waard om te vertellen: ik ben tweede auteur van een wetenschappelijke publicatie die een paar weken geleden is verschenen in Science! De wetenschappers onder jullie zullen snappen waarom ik hier heel erg blij mee ben. Voor de niet-wetenschappers zal ik uitleggen wat dat inhoudt.

De resultaten van onderzoek worden pas echt waardevol als je ze publiceert in een wetenschappelijk tijdschrift, zodat andere onderzoekers ervan kennis kunnen nemen. Het schrijven van een artikel is lastiger dan je misschien zou denken. Je moet in een beperkt aantal woorden precies omschrijven wat je gedaan hebt, wat de resultaten zijn, en bediscussieren waarom het nieuw en belangrijk is. Gelukkig werk je er meestal met een groep mensen aan, en kun je elkaar helpen om alles precies te formuleren. Daarna stuur je het manuscript op naar een geschikt tijdschrift. Er zijn vele journals, elk met zijn eigen specialisatie en lezersgroep. Sommige tijdschriften zijn gespecialiseerd in een bepaald vakgebied, bv. kindergeneeskunde of microbiologie, of nog gespecialeerder (bv. kinder-gastroenterologie). De waarde van elk tijdschrift wordt vaak afgemeten aan de hand van de Science Citation Index, een soort score voor hoe vaak een artikel uit dat tijdschrift wordt geciteerd door een andere publicatie, de impact factor. Sommige journals hebben een index van bv. 1 (laag), andere hebben 20 (hoog). Iedereen wil natuurlijk graag in een “hoog” aangeschreven tijdschrift publiceren, dus die journals krijgen een hoop aanmeldingen, en ze moeten dus zeer streng zijn in hun selectie procedure. Die selectie heet peer review en het komt erop neer dat je manuscript wordt doorgestuurd naar anonieme reviewers, die er commentaar op kunnen leveren. Zij moeten de fouten er uit halen, kijken of er genoeg informatie in staat (vergelijking met andere publicaties, voldoende experimentele details, goede controle experimenten, etc), en beoordelen of het geschikt is voor het desbetreffende tijdschrift. Hoe hoger het tijdschrift in de Science Citation Index scoort, hoe strenger deze selectie in het algemeen is.

Science Magazine wordt, net als het Britse Nature, beschouwd als een heel goed tijdschrift. Het is heel breed en accepteert publicaties uit allerlei vakgebieden (natuurkunde, biologie, scheikunde, sterrenkunde etc). Het is dus geweldig dat ons artikel geaccepteerd is!

Ik ben “slechts” tweede auteur, mijn collega Paul is eerste. Hij heeft verreweg het meeste werk gedaan aan het opschrijven van de resultaten, maar we hebben samen de experimenten en analyse gedaan. Waar gaat het allemaal over? Doel van ons project was te onderzoeken welke bacteriën er in de darmen van gezonde mensen “wonen”. Je hebt 10 x meer bacteriën binnen in je lijf dan je eigen lichaamscellen. Een beetje eng idee maar dit zijn “goede” bacteriën, die je helpen bij de spijsvertering, en je beschermen tegen ziekteverwekkers. Er was door andere mensen in het verleden ook gekeken naar de samenstelling van de darmflora, maar dat was met kweekmethoden. Ons onderzoek is gedaan door te kijken naar het DNA van de bacteriën, zodat we ook bacteriën die moeilijk te kweken zijn, konden analyseren. Het doen van de experimenten was niet eens zoveel werk, maar we hebben allebei maanden achter de computer gezeten om de data te analyseren! Niet alleen moesten we alle DNA sequenties met elkaar vergelijken, we moesten ook nieuwe programma’s leren, en statistiek toepassen. Dat valt niet mee voor Eliesje, die zich niet zoveel meer van statistiek kon herinneren. Wat is een Chi-square toets in hemelsnaam? En principal component analysis…. Oei.

Uiteindelijk hebben we de hulp van de afdeling statistiek van Stanford ingeroepen, en met hun hulp konden we bewijzen dat de drie patienten die we hebben geanalyseerd alledrie heel verschillende bacteriën in hun darmen hebben, maar dat binnen 1 persoon de samenstelling van de flora heel constant is.

Stanford heeft over onze publicatie een persbericht uitgebracht, waar je nog meer over ons onderzoek kunt lezen (in het Engels; met een hele enge foto van Paul). Ook de Mercury News heeft er een artikeltje aan gewijd (sorry, deze link doet het niet direct, je moet eerst registreren).

Ik kan je hier niet ons hele artikel laten zien, want Science wil natuurlijk graag dat je daar voor betaalt. Copyright en zo. Maar hier is een stukje van de eerste pagina (hoop dat dat wel mag).



En ik kan je ook het Science issue van 10 juni 2005 laten zien, waar onze publicatie in staat. We zijn in de special “Women’s Health” terechtgekomen, vreemd genoeg (weer zo'n rare foto). We hadden eigenlijk in de Darm-special moeten staan in maart, maar door vertraging in het peer review proces hebben we dat helaas niet gehaald. Maar we mopperen niet, hoor. Laat de champagne kurken maar knallen!

Tuesday, June 28, 2005

De Spin

O jee, een spin. Dat zal je altijd zien. Gerard, mijn dappere spinnenvanger, is vanochtend vertrokken naar Japan, op zakenreis. En natuurlijk, altijd als hij net weg is, zit er een spin op het plafond. Het is best een joekel (vind ik dan). En zo op het witte plafond lijkt hij best groot. De katten zitten er ook naar te kijken maar ze kunnen er niet bij. Jammer, want anders hadden zij hem kunnen vangen.

Ik heb net onze nieuwe digi-camera gepakt, de Canon EOS, met de telelens, om een foto te maken. Ik zoom in, en Ai-ai-ai, ik gil het uit: wat is-ie groot, zo door de telelens...... brrrr. In werkelijkheid is hij maar 3 cm hoor, maar ja, ik heb het niet zo op spinnen.

Hellup, hij beweegt....


De Shell Ginger

Zijn jullie mijn tuinverhalen al zat? Mag ik er nog eentje doen? Vast niet de laatste hoor, maar we zijn dan ook zo druk bezig in de tuin, dat ik eigenlijk niets anders te vertellen heb. Mijn website lijkt haast wel een internet versie van “Eigen Huis en Tuin” (bestaat dat programma nog steeds?).

Ons huis is gebouwd rond een atrium, een binnenplaats. In de betonnen vloer zijn uitsparingen voor planten. Een van die plantvakken, voor de raam van onze studeerkamer, stond al een tijdje leeg. Ik had er drie jaar geleden Calla-lelies (Canna) in gezet, maar ons beest Frodo (de kat die denkt dat hij een hond is, of is het andersom?) liep telkens de tere stengels omver. Hieronder op de foto zie je het plantvak waar ik het over heb. Een beetje lastig te zien in de zon, maar het is het vak vlak voor het raam, met die keien. De keien en kiezels liggen daar zodat de katten de plantenvakken niet als kattenbak gaan gebruiken (door schade en schande wordt men wijs).



Ik was dus op zoek naar een nieuwe plant, die aan de volgende eisen moest voldoen:


  1. tropische uitstraling (bv. groot blad)
  2. Frodo-proof (stevige stengels, niet giftig voor katten)
  3. moet tegen zon en schaduw kunnen (twee uur per dag felle zon, rest van de dag schaduw)
  4. maximaal 150 cm hoog (komt voor een raam te staan)
  5. niet te breed uitgroeiend
  6. te koop bij een tuincentrum bij ons in de buurt

Het viel nog niet mee om een geschikte plant te vinden. Na veel Internet zoekacties (waar zouden we zijn zonder Google?) kwam ik uit op de Shell Ginger (Alpinia zerumbet variegata). Een tropische plant met stevige stengels, roze bloemen, niet te hoog of te breed, en hij was te koop bij de Summerwinds Nursery hier vlakbij. Want een geschikte plant op Internet uitzoeken is nog geen eens zo moeilijk, maar of je hem dan ergens kunt kopen is nummer twee. Maar het plaatselijke tuincentrumpje had hem hoor, en zelfs een volwassen, groot exemplaar, zodat ik niet vijf jaar hoef te wachten tot-ie mooi is. Helemaal gelukkig kwam ik met mijn plant thuis.

Natuurlijk was het weer een hoop werk: kiezels weghalen, gat uitgraven, zak compost door de slechte grond mengen, sprinkler buis verleggen, grond nog eens doormengen, plant op juiste hoogte neerzetten, grond aanstampen, worteldoek neerleggen, kiezels en keien neerleggen, en sprinklerkopjes plaatsen.

Dit is het mooie resultaat. Meet Miss Shell Ginger! Bevallig strekt ze haar grappig gestreepte bladeren uit, en geeft met haar grote groene blad het atrium de gewenste tropische sfeer. Het leuke is dat de plant gelijk er uit zag alsof-ie er al jaren staat.

De Nieuwe Schutting

Afgelopen donderdag en vrijdag is onze nieuwe schutting (fence) geplaatst. Ik schreef al eerder hoe we er voor schobberdebonk bij zaten, met de omgevallen schutting. De schuttingman was al een paar weken geleden geweest voor een offerte, maar het duurde even voordat we de handtekeningen van twee buren (achter en rechts; de schutting links was al een paar maanden geleden vervangen) hadden, en natuurlijk moesten we daarna wachten totdat de fence guys aan de slag konden. Hier is nog een plaatje van de oude, omgevallen schutting, met op de achtergrond het bruine huis van de achterburen:



Het was me nogal een klus: de achterschutting was 65 feet lang (ca. 20 meter) en de rechterzijschutting 75 feet (ca. 25 meter). Bovendien wilden we twee nieuwe deuren aan de voorkant van het huis, en stonden er wat bomen in de weg, lang geleden door de vorige bewoners te dicht op de erfscheiding geplant, en nu grote stammen. Er moesten dus wat boxes gebouwd worden om de bomen heen. Maar drie mannen hebben het project in anderhalve dag voor elkaar gekregen.

Zoals vaak hier in de Bay Area worden dit soort klussen door Mexicanen uitgevoerd. Wat Nederland in de jaren 70 voor Marokkanen en Turken was, is de VS voor Mexicanen: het land waar ze hopen op een beter bestaan. Maar de VS is een hard land, en er is niet veel geld te verdienen voor mensen zonder diploma’s of voor hen die geen of slecht Engels spreken. Veel Mexicanen eindigen dan ook in de laag betaalde banen zoals schoonmaakhulp, tuinier, of klusjesman. Er is zelfs een groot illegaal cirquit. Als je op zaterdagmorgen naar de Home Depot (soort grote Gamma) rijdt, zie je op het parkeerterrein heel veel mannen “rondhangen”. Ze staan in groepjes tegen bomen geleund, of zitten op de grond naast hun pickup truck. Eerst wisten we niet wat ze daar deden, maar iemand heeft het ons uitgelegd: je kunt ze huren voor een karwei. Een soort klusjes-prostituees dus. Ik weet eerlijk gezegd niet of deze mensen een werkvergunning hebben, maar helemaal legaal lijkt het me niet. Rest me nog te zeggen dat de economie in de Bay Area voor een groot deel afhankelijk is van deze mensen, die het werk doen waar anderen hun neus voor ophalen. Maar ik dwaal af. Terug naar onze tuin.

Het is prachtig geworden! We hebben weer een schutting, en geen inkijk meer van onze achter- en zijburen. Ons huis met zijn grote raampartij aan de achterkant is heerlijk, maar niet als je geen schutting hebt. Heerlijk, we kunnen weer in ons blootje door het huis rennen (als we dat zouden willen natuurlijk).




Het ziet er wel heel anders uit dan voorheen. Geen groene “muur” van klimop, maar kaal hout. Het pressure-treated hout is nog een beetje rozigrood, maar zal over een paar weken verkleuren naar een normale houtkleur.

Dit weekend heb ik direct plantenrekken opgehangen zodat er klimplanten tegenaan kunnen groeien. Dat was natuurlijk weer lastig, want de klimrekken hier zijn uitermate truttig. Uiteindelijk besloten we te gaan voor metalen rekken, eigenlijk bedoeld voor het gieten van gewapend beton, en waarschijnlijk niet beschermd tegen roest, maar het meest moderne wat we konden vinden. En, slechts 4 dollar per stuk! Ik heb er al een stuk of 8 opgehangen, en daarna klimplanten neergezet: Clematis, Hardenbergia, Bougainvillea, etc.. Hopelijk hebben we straks weer een groen uitzicht.

Tenslotte heb ik ook een nectarine-boompje gekocht. Jajajaja, we wonen in California, dus dat moeten we wel uitbuiten. Heerlijk, over een paar jaar sappige nectarines-uit-eigen-tuin. Helaas is het nog maar een klein ukkie van een boompje, dus het zal wel even duren voordat er vruchten aan komen. Via Internet leerde ik dat een nectarine gewoon een gemuteerde perzik is. Aan een perzikboom groeien soms spontaan “kale” perziken, zonder haar op de schil, en dat zijn nectarines. Het omgekeerde schijnt ook te gebeuren: spontane harige perziken aan een nectarine boom. Mmmm, misschien wat voor de haarindustrie…? Zou het niet heerlijk zijn voor een kale man als hij ineens spontaan weer haar kreeg?

De Schuur

Dit weekend hebben we de grote schuur weggehaald.

Toen we het huis kochten, hebben we van de vorige eigenaars twee metalen tuinschuurtjes “ge-orven”. Een klein schuurtje links opzij van het huis, en een grotere schuur rechts van het huis. Het kleine schuurtje was handig, met planken aan 1 kant, net genoeg voor plantenpotten, mest, en gereedschap. Maar de grote schuur was ons een beetje een doorn in het oog. Hij was best groot, 8 x 10 feet (2.5 bij 3.5 meter), en hoog genoeg om in te staan. Maar de deur was erg laag, en ik stootte elke keer mijn kop als ik weer naar buiten ging. Bovendien stond het huisje aan de “brede” zijkant van ons huis, de kant waar we nog iets moois van wilden maken, en het nam erg veel ruimte in beslag. Het schuurtje stond vol met metalen open kasten, vele potten verf, vogelzaad, oude bakken voor glas- en oud papier-recycling, een hangmappenkast, bonzai-bakjes en orchideeen-aarde. Allemaal troep van de vorige bewoners. De verfpotten waren – letterlijk – een bonte verzameling van vele verfbeurten. Op zich een prima idee van de oude bewoners om dit achter te laten. Alles was netjes gelabeld: “eaves overhang 1989” “inside interior walls 1991”, maar als je huis inmiddels in een andere kleur is overgeschilderd in 1997 heb je daar natuurlijk niet zoveel aan. We hadden wel eens een pot opengemaakt, toen we iets wilden bijwerken, maar de verf was in twee lagen uitgelopen, en we kregen het niet meer gemengd. Tenslotte werd het schuurtje bewoond door een kolonie griezelspinnen die net een nieuwe generatie aan het kweken waren. In alle hoeken hingen de wattenbolletjes van nieuwe babyspinnen-nesten te wachten op de zomer, en ik durfde niet meer naar binnen te gaan zonder petje op en een ragebol in mijn hand. Kortom, we hadden eigenlijk niets aan het schuurtje.


Zaterdagmorgen begonnen Gerard en ik vol goede moed het schuurtje uit te ruimen. Het was die dag toevallig ook de maandelijkse “hazardous material” inzameling van de gemeente Sunnyvale, dus besloot ik eerst de verfpotten te sorteren. Nou, dat waren me toch een hoop potten! Ik heb alles achterin de auto geladen, en naar het inzamelingspunt gebracht. Dat ruimde lekker op. Daarna alle kasten uit de schuur gehaald, maar liefst 9 stuks, de ladenkast niet meegerekend.



Inmiddels had ik al weer drie keer mijn kop tegen de deur geknald, waardoor mijn werklust steeds groter werd. Weg met die %#$&* schuur! Maar het bleek natuurlijk weer meer werk dan we hadden gedacht. De helft van de schroeven zat muurvast geroest, zodat Gerard uiteindelijk besloot om de hulp in te roepen van De Haakse Slijper. Een helse machine, die zonder mededogen, onder het uitstoten van grommende klanken en regens van vonken, met vaste hand bestuurd door Gerards sterke arm, het schuurtje uiteindelijk deed veranderen in een smeulende berg metaalplaten.



Dat was een heel ander gezicht. We hadden er ineens een flink stuk tuin bij, en begonnen plannen te maken voor dit nieuw veroverde stuk grondbezit. Mmmm, waar zullen we het zwembad plaatsen?